Inleiding

volgende paginavorige pagina

 

Wat is XHTML?

Webpagina’s worden geschreven in de opmaaktaal HTML (Hyper Text Markup Language) en hebben steeds de extensie “htm” of “html”.
De code van deze opmaaktaal bestaat volledig uit platte ASCII-tekst (dus tekst zonder enige opmaak).
Dit betekent dat je webpagina’s kan aanmaken via een gewone teksteditor zoals Kladblok (Notepad), dat standaard bij Windows wordt bijgeleverd.

Het oproepen en bekijken van webpagina’s met behulp van je browser gebeurt volgens het client-server principe.
De bestanden van een bepaalde website bevinden zich ergens ter wereld op een webserver die de bestanden wereldwijd ter beschikking stelt.
Wanneer een bezoeker de URL (Uniform Resource Locator) van de bewuste site in zijn browser intypt zal deze laatste een verbinding maken met de betreffende webserver en de juiste bestanden binnenhalen.
Vervolgens wordt de inhoud van de bestanden door de browser geïnterpreteerd.

Webpagina’s worden geschreven in de opmaaktaal HTML (Hyper Text Markup Language), of tegenwoordig XHTML (vanwege de overgang naar XML).
Je kan een webpagina ontwerpen door de HTML-code gewoon in te typen maar er zijn ook een aantal programma’s (b.v.: Marcomedia Dreamweaver en vele anderen) die je dit werkje uit handen nemen en de HTML-code voor jou genereren. Toch is het nuttig om een goede kennis van deze opmaaktaal te hebben.

Wanneer een webpagina in de browser wordt weergegeven kan je op eenvoudige wijze de HTML-code bekijken.
Rechtsklik in Internet Explorer op de betreffende pagina en selecteer “bron weergeven”. Je kan ook in het menu “weergave” kiezen voor “bron weergeven”.
Bekijk regelmatig de broncode van andere webpagina’s. Door te kopiëren en te plakken kan je vaak interessante HTML-codes voor je eigen pagina’s ontdekken.


De bestanden in je website:

Om de downloadtijd te beperken is het raadzaam de grootte van je bestanden zoveel mogelijk te beperken.
Dit probleem stelt zich niet zo direct bij de html-bestanden, deze bevatten immers enkel tekst. Meer aandacht vergen de foto’s, deze kunnen redelijk groot in omvang zijn en vertragen het downloadproces aanzienlijk.
Het is dus best om geen foto’s van 300 dpi (dots per inch) op 100% te uploaden (maar 72 dpi !) en filmpjes om te zetten naar een lagere resolutie voordat je ze op het web publiceert!

Een doorsnee website kan al snel enkele honderden bestanden bevatten. Om het overzicht niet te verliezen worden meestal aparte mappen aangemaakt voor de verschillende onderdelen (bestandstypes) van de website.
Zo worden alle html-bestanden het best in één map geplaatst, terwijl de foto’s meestal in een submap “images” worden geplaatst. Geluidsbestanden (b.v. wav- of mp3-bestanden) kunnen dan weer in een map “sounds” of “geluid” geplaatst worden. De mapstructuur die je voor je site gebruikt bepaal je uiteraard volledig zelf. Alles moet zich wel in één hoofdmap bevinden met de naam van je website.
En je startpagina moet altijd: “index.htm” of “index.html” heten dat is een algemene afspraak op het web.

Objecten zoals foto’s, geluiden, animaties, enzovoort worden niet rechtsreeks in de webpagina opgenomen maar blijven als aparte bestanden in de map van je website aanwezig.
In het html-bestand wordt enkel een verwijzing (=tekst) naar de locatie van het object opgenomen. HTML is dus een verzameling van (tekst)codes die de inhoud en de structuur van en webpagina beschrijven.


Het handboek:

In deze cursus maken we gebruik van het handboek: HTML en CSS, 2e editie, de basis van Andree Hollander, uitgegeven door Pearson Education.

Ga naar de vorige pagina    Ga naar de volgende pagina