x2 y2
-- - --- = 1
a2 b2
Hierin zijn a en b strikt positieve getallen. De vergelijking valt uiteen in vergelijkingen
van twee functies.
x2 y2
-- - --- = 1
a2 b2
<=>
b2 (x2 - a2 )
y2 = -----------------
a2
<=>
_________ _________
b | 2 2 b | 2 2
y = - \| x - a of y = - - \| x - a
a a
De grafiek van de eerste ligt boven de x-as en de tweede grafiek is het
spiegelbeeld van de eerste ten opzichte van de x-as.
Als we de asymptoten a en a' berekenen dan vinden we
b b
y = - x en y = - - x
a a
De snijpunten van de hyperbool met de x-as zijn A'(-a,0) en A(a,0).
Dit zijn de twee toppen op de x-as.
Het segment [A',A] noemen we de grote as van de hyperbool.
We definieren c2 = a2 + b2 en de punten F(c,0) en F'(-c,0) heten de brandpunten. De segmenten [P,F'] en [P,F] zijn de brandpuntsvoerstralen van een punt P van de hyperbool.
x2 - y2 = a2
Deze hyperbool heet orthogonale hyperbool. De asymptoten zijn orthogonaal.
x = a sec(t) (1)
y = b tan(t) (2)
Het reeel getal t is een parameter.Het stelsel (1) en (2) is equivalent met
a
x = ------
cos(t)
b sin(t)
y = -------
cos(t)
of met
a
cos(t) = -
x
a y
sin(t) = ---
b x
Dit laatste stelsel heeft een oplossing voor t als en slechts als
sin2 (t) + cos2 (t) = 1
<=>
a 2 a y 2
(-) + (---) = 1
x b x
<=>
a2 b2 + a2 y2 = b2 x2
<=>
x2 y2
-- - --- = 1
a2 b2
Vandaar dat de twee geassocieerde rechten, in hun snijpunt, een kromme beschrijven
en die kromme is de hyperbool.
P(a sec(t) , b tan(t))
ligt op de hyperbool voor elke t-waarde en met elk punt van de hyperbool correspondeert een t-waarde
|PF|2 = (x-c)2 + y2
a b2 sin2t
= ( ----- - c )2 + -----------
cos t cos2t
1
= --------- ( a2 - 2 a c cos t + c2 cos2 t + (c2-a2) sin2t )
cos2 t
1
= --------- ( a2 cos2t - 2 a c cos t + c2)
cos2 t
1
= --------- ( a cos t - c)2
cos2 t
|PF|2 = (x+c)2 + y2
= ....
1
= --------- ( a cos t + c)2
cos2 t
Daar c > a hebben we
|PF| = (1/cos(t)).(c - a cos(t))
|PF'| = (1/cos(t)).(c + a cos(t))
|PF'| - |PF| = 2a
Op dezelfde manier als bij de ellips toont men aan dat, als het verschil van de afstanden van P tot
F en F' gelijk is aan 2a, het punt op de hyperbool ligt. (oefening)
| De hyperbool is de meetkundige plaats van de punten P waarvoor het verschil van de afstanden tot twee vaste punten F en F' constant is. |
xo x yo y
---- - ---- = 1
a2 b2
Het is de deellijn t van de rechten PF en PF'.
|
Een hyperbool H heeft toppen P en P' en punt D ligt op H. Toon aan dat het product van de richtingscoefficienten van DP en DP' constant is. |
Bereken de rechten met richtingscoefficient 1 en rakend aan de hyperbool
9 x2 - 25 y2 = 225Bereken ook de vergelijking van de raakkoorde. |
|
Een punt P(xo,yo) ligt op de hyperbool met brandpunten F en F'. Toon aan dat |D,F| = | a - (c/a) xo |. |
| Bereken de vergelijkingen van de raaklijnen aan de hyperbool met een gegeven rico m. |
| Punt P ligt op de hyperbool x2/a2 - y2/b2 = 1. Men neemt op een asymptoot s punt Q met dezelfde abscis als P. De rechte l is de loodlijn door Q op s en de rechte n is de normaal in P. Toon aan dat l en s snijden op de x-as. |
|
Bepaal de waarden van m zodat de hoek tussen de asymptoten van de hyperbool x2/(m+1)2 - y2/m2 = 1 gelijk is aan 60 graden. |
|
Punt P ligt op de orthogonale hyperbool x2 - y2 = a2. Punt P' is de loodrechte projectie van P op de x-as. Toon aan dat |PP'|2 gelijk is aan de macht van P' ten opzichte van de cirkel x2+y2=a2. |
|
Toon aan dat de richtingscoefficienten m van de raaklijnen uit P(xo,yo) aan de
hyperbool b2 x2 - a2 y2 = a2 b2 oplossingen zijn van de vergelijking (xo2 - a2) m2 - 2 xo yo m + yo2 + b2 = 0 |
| Een raaklijn in punt P van een hyperbool snijdt de asymptoten in Q en Q'. Toon aan dat P het midden is van het segment [Q,Q']. |