Planten
in de bloemen-
en insectentuin.
Wilde
Kamperfoelie Lonicera periclymenum
Kamperfoeliefamilie
6 6-9 L protan
Ook de
mooie wurger genoemd. Op zomeravonden fel geurige(peperachtig?, vroeger in de parfumindustrie)
klimplant, dus bezocht door nachtvlinders (ligusterpijlstaart, windepijlstaart,
kolibrivlinder of zwaluwstaart). Deze vlinders hebben zeer lange tong, ze
blijven stilhangen zoals een kolibri(geen landingsplaats!). De meeldraden en
stamper steken ver buiten de bloem uit, bij het begin v/d bloei is de stamper
naar beneden gebogen, zodat het insekt alleen de meeldraden aanraakt(protan).
Na een dag richt de stamper zich op, zodat de bloem dan kan bestoven worden met
vreemd stuifmeel.
Vruchten =
giftige, rode bessen. De Kamperfoelie is een inheemse klimplant en werd voeger
als vervangtouw gebruikt.
A)Demonstratieborders(lichtborders)
Lichtminnende
planten
Dagkoekoeksbloem Melandrium
rubrum
Anjerfamilie
2 5-7 L 2-huizig
2-huizig
, tweejarig of overblijvende plant.
De 5 losse
kroonbladeren worden gedeeltelijk omvat door een kelkbuis(vergroeide
kelkbladeren), zodat de nectar enkel voor insekten met lange monddelen
beschikbaar is : hommels, sommige solitaire bijen en enkele (zweef)vliegen.
Zelfbestuiving is onmogelijk, omdat de planten 2-huizig zijn : er zijn ofwel
alleen mannelijke, ofwel uitsluitend vrouwelijke bloemen aan een bepaalde plant
(meeldraadbloemen of stamperbloemen).
Vrouwelijke
bloem krijgt een dik "buikje". De plant bloeit wanneer de koekoek
terug is. De bloemen van de Dagkoekoeksbloem zijn paarsrood, die van de
Avondskoekoeksbloem wit en de Nachtkoekoeksbloem gelig. De avondskoekoeksbloem
is een verbastering van de Dagkoekoeksbloem.
In
Engeland geloofde men dat als een kind de bloem zou plukken, iemand van zijn
familie zou sterven.
Reuzebalsemien
Impatiens glandulifera
Balsemienfamilie
5 7-10 H -
1-jarige
sierplant uit de Himalaya en India, verwilderd. Zaadvruchten knallen ook open
zoals bij het Springzaad. Bestuiving meest door hommels (type 5) ,
onderaan zit de nectarklier. Kroon en kelk zijn hier gekleurd. Langs rivieren
en op woeste grond.
Wilde
Akelei Aquilegia vulgaris
Ranonkelfamilie
6 5-7 H -
Overblijvende
soort, veel gekweekt en verwilderd. Aftreksel voor ontstoken mond of keel,
giftig.
Bestuiving
ingesteld op bijenbezoek(H)
Groot
Vingerhoedskruid Digitalis purpurea
Helmkruidfamilie
5 6-9 H protan, Hommels
Meestal
2-jarig, soms overblijvend. Zeer giftig!(Digitalis). Maar hierdoor ook als
geneesmiddel te gebruiken(waterzucht omwille van een slechte hartwerking). Bij
Dodoens is het een hoestmiddel.
Beemdooievaarsbek
Geranium pratense
Ooievaarsbekfamilie
1 6-8 B -
Overblijvende
plant.
Gele
Monnikskap Aconitum vulparia
Ranonkelfamilie
4 6-8 H protan, Hommels
Blauwe
Monnikskap Aconitum napellus
Ranonkelfamilie
4 7-9 H protan
Zwaar
giftig, winterhard, overblijvend kruid. Ingevoerd van voor de 10e E. De
penwortel maakt ook ‘dochter’-wortels aan.
Aantrekkelijk
voor bijen. Tegen zenuwpijnen.
Composietfamilie 2 6-9 B1 protan
Familie
v/d korenbloem.
Gewone
Agrimonie Agrimonia eupatoria
Vroeger een veelzijdig middel tegen
slangebeten, een slecht gezichtsvermogen, geheugenverlies en leverkwalen. Nog
steeds aanbevolen bij gal- en leverkwalen.
Echte
Heemst Althaea officinalis
Kaasjeskruidfamilie
1 7-9 B protan
Prachtklokje
Campanula persicifolia
Klokjesfamilie
3 5-7 H protan
De
veelzijdig symmetrische, klokvormige bloemen v/d Klokjes-familie vormen een
overgang naar de meer gespecialiseerde insektenbloemen(type 3). Om de dieper
liggende nectarklieren te bereiken, is enig klauterwerk vereist. Klokjes worden
dan ook het meest door behendige bestuivers bezocht, zoals allerlei solitaire
bijen en de Honingbij. Er is een merkwaardige bestuivings-mechanisme. De
meeldraden worden eerder rijp dan de stamper (protandrische bloemen).
Reeds vooraleer de bloem opengaat, zetten de meeldraden het stuifmeel af op de
harige top van de stamper, waarna ze verschrompelen. Dedurende de eerste fase van
de bloei doet de stamper dienst als meeldraad. In de tweede fase gaan de
stempels open Na enkele dagen krullen ze naar buiten om, zodat ze het eventueel
nog aanwezige stuifmeel ‘oplikken’. Is de bloem, bvb bij erg slecht weer, niet
door insekten bezocht geweest, dan is dergelijke zelfbestuiving een
‘noodoplossing’.
Lipbloemenfamilie
2 7-9 B protan
Schermhavikskruid
Hieracium umbellatum
Composietfamilie
2 7-10 B1 protan
Gele
bloemen die alle lintvormig zijn. Er bestaan verschillende soorten
havikskruiden.
Boerenwormkruid
Tanacetum vulgare
Composietfamilie
2 7-10 B1 protan
Bloemhoofdjes
van ca. 1cm met gele buisbloemen. Algemeen op zandige plaatsen in ruigten,
langs wegen enz.
"Boeren":
het was een plant die de boeren gebruikten om hun gronden af te bakenen. De
gele bloemknopjes staken fel af tegen het omringende groen.
"Wormkruid": afdoend middel om ingewandswormen te verdrijven, zelfs
bij vee.
Gebruik:
insektenwerend middel.
Hekserij:
Rookkruid om heksen en duivels te verdrijven.
Volksgeneeskunde:
sproeten, puistjes, huidaandoeningen, kiespijn en oogontstekingen.
Kleurstoffen:
bladeren --> groengeel, bloemen --> oranjebruin, wortels --> groen.
Folklore:
Verwerven van een man(Slavisch), om 'onderaardse wezens' te belemmeren de plaats
in te nemen van het nog ongeboren kind(Schots).
Bergcentaurie Centaurea montana
Composietfamilie 2 5-9 B1 protan
Tuinridderspoor
Delphinium ambiguum
Ranonkelfamilie
6 6-8 H -
Composiet
2 7-8 B1 protan, Bijen/Hommels
Gewone
Bereklauw Heracleum sphondylium
Schermbloemenfamilie
1 6-8 A protan
Zeer
variabele vorm van bladeren ==> bereklauw.
Geslachtsnaam
van Heracles. Deze Griekse held zou de eerste geweest zijn die de medicanale
kracht onderkende. De soortnaam komt van het Griekse woord sphodiliun(wervel)
en slaat op de knokige bladschede. Bezocht door talloze insekten.
De jonge
bladeren en scheuten kunnen rauw als salade worden gegeten.
Folklore:
Er werd ook geloofd dat ter voorkoming van de vallende ziekte er een stukje
wortel om de hals gehangen moest worden.
Signatureleer:
zenuwkwalen, de stengel is geribd, het gevolg was dat men zei dat de stengel
voorzien was van zenuwpezen.
Zeepkruid
Saponaria officinalis
Anjerfamilie
2 6-9 L protan
Dicht
struikgewas = struweel. Op natte gronden è
bedreigd(waardeloos voor de mensen). Herwaardering nodig voor bijenteelt en
inheemse voorjaarsinsekten.
Op het
eerste gezicht zou men wilgen, met hun eenvoudige, in katjes geranschikte
bloemen tot de windbloeiers rekenen. Toch worden hun bloemen uitsluitend door
insekten bestoven. Er zijn bomen met alleen mannelijke, en andere met alleen
vrouwelijke bloemen(2-huizigheid). Vooral de mannelijke bomen worden op zonnige
lentedagen zeer druk bevlogen door honingbijen. Het bijenvolk heeft vroeg in
het voorjaar immers vooral behoefte aan stuifmeel als larvenvoedsel en
ontwikkelingsvoer voor jonge bijen (jaarlijks verbruik van 35 tot 50 kg per
bijenvolk!). Het is hiervoor in dat jaargetijde vrijwel uitsluitend op wilgen
aangewezen.
Adderwortel
Polygonum bistorta
Duizendknoopfamilie
2 6-9 B protan
De
Nederlandse naam en bistorta duiden op de slangachtig gebogen wortel.(bis = 2
en tortus = gedraaid)
Meest
bedreigd. Cfr water- en moerasplanten die verdwijnen(bvb Grote Wederik en
Slobkousbijtje).
Stilstaand
zoet water komt in de natuur voor onder de vorm van afgesneden rivierarmen en
poelen. Het is een der meest bedreigde milieus, door verdroging,
verontreiniging, volstorten met afval of grond en (over)recreatie.
Tot de
water- en moerasplanten behoren de mooiste soorten uit onze wilde flora: Gele
lis, Gewone dotterbloem, Grote kattestaart, Grote wederik, Moerasspirea, Witte
waterlelie, enz. Sommige bezitten speciaal gebouwde bloemen (Gele Lis, Grote
kattestaart) of worden door specifieke insekten bezocht (Grote wederik door het
Slobkousbijtje).
Lissenfamilie
5 5-6 H - , Bijen
Speciaal
gebouwde bloemen.
Grote
Wederik Lysimachia vulgaris
Sleutelbloemenfamilie
2 6-8 Po -
Op vochtige
plaatsen. Geel bloementapijt. Olieklieren in de bloemen welke door het
slobkousbijtjeworden bezocht.
Knopig
Helmkruid Scrophularia nodosa
Helmkruidfamilie
5 6-9 H progyn, Wespen/Hommels
De
vruchtjes lijken op een Romeinse helm(cfr de naam). Knopig = knopig gezwollen
wortelstok, nodosa = de knopige.
Signatureleer:
aambeien. Net als Vingerhoedskruid bevat de plant giftige stoffen die op het
hart werken. Uit de plant werd een sterk braakwekkende en purgerende bitterstof
gezuiverd. Bij huiduitslag en zweren(Scrofula = zweer) werd de plant aangewend
als urinedrijvend middel.
Homeopathie:
opgezwollen klieren, eczeem, schurft.
Gewone
Ossetong Anchussa officinalis
Ruwbladigen
2 5-10 H - , Hommels
Blauwpaars
bloempje. Zacht behaarde steel en bladeren.
Zijdeplantfamilie
6 6-8 - -
Wilde
Marjolein Origanum vulgare
Lipbloemenfamilie
5 7-9 H -
Kaardebolfamilie
2 7-9 B1 protan
Weegbreefamilie
6 5-9 Po -
De smalle heeft
lancetvormige bladeren, is geneeskrachtig(hoest).
De grote
heeft brede, grote en vrijwel kale bladeren(tredplant). De ruige heeft behaarde
bladeren(ook tredplant). Plantagio komt van de bladeren van de Grote Weegbree,
die in veel volksverhalen vergeleken worden met voetstappen. Bij de Indianen =
'voetstappen van de bleekgezichten', zaden zaten in de kleren.
Lanceolota
= speerachtig, voor de bladen van de Smalle Weegbree.
Geneeskracht
van de Grote: kiespijn, middenoorontsteking, bedwateren.
Geneeskracht
van de Smalle: ontstekingen van de ademwegen
Keuken:
soep, boterhambeleg
Smalle
Weegbree Plantago lancelota
Weegbreefamilie
6 6-9 Po -
Cfr Grote
Weegbree
B)Demonstratieborder:
Kalk- en Puinplanten
Koninginnekruid
Eupatorium cannabinum
Composiet
2 7-10 B1/L protan
Komt op
algemeen op vochtige plaatsen voor. Cannabis = Hennepachtige(lijkt erop).
Koninginnekruid komt van het Duits(Kungundenkraut) of van keizerin Cunegonda(
herbe de sainte Cunegonde).
Koning Eupator(cfr
geslachtsnaam) zou het Leverkruid(oude Nl. naam) als geneesmiddel tegen
leverkwalen gebruikt hebben of als beste tegengifingrediënt in Theriak(later
Veneetse Triakel ), omdat de Romeinen hem wilden vergiftigen.
Geneeskracht:
koortsige infecties, versterken van afweersysteem, versterkend.
Hekserij:
tegen onheil en blikseminslag. Tover- en liefdesmiddel.
Pijpbloem
Aristolochia clematitis
Pijpbloemfamilie
6 5-7 D progyn
Voor de
bestuiving, cfr de Gevlekte Aronskelk.
Weegbreefamilie
2 5-8 Po -
Cfr Grote
Weegbree
Opzet was:
Drieslagstelsel(2-jarige cyclus) à
aardappelen - wintergraan(Rogge) en bladrapen(tegen uitputtung en
wortelonkruiden) è
"insektenhemel" (akkeronkruiden) dit in tegenstelling met de mais nu!
Zevenblad
Aegopodium podagraria
Schermbloemenfamilie
2 5-8 A protan
Aegopodium
= geitevoet, cfr vorm blad. Podagraria = voetjicht(goed tegen de kwaal). Ook
kalmerend, tegen jicht en reuma.
Het
zevenblad werd vroeger in sla verwerkt, dus eetbaar(Vit. C).
Opgepast,
het zou allergische huidreacties kunnen veroorzaken(recent verschijnsel).
Duizendknoopfamilie
2 6-9 AB H-styl, Bijen/Hommels
Windefamilie
3 6-10 B -
Komt op
vochtige, voedselrijke bodem langs heggen en struikgewassen voor. Hij heeft een
onuitroeibare wortel.
Calystegia:
Kalyx = kelk en stege = bedekking, kelkomvattend(slaat op de schutbladen die de
kelk bedekken). Sepes = haag.
1b)Bijenweide(Hulpdrachtplanten)
Om een
mogelijk tekort aan natuurlijke drachtplanten voor honingbijen aan te vullen,
worden nabij een bijenstand vaak hulpdrachtplanten uitgezaaid.
Elk soort
moet wel op de daartoe geschikte grond worden uitgezaaid. Zoniet blijft
nectarproduktie achterwege. Bekende hulpdrachtplanten zijn: Bernagie,
Bladramenas, Boekweit, Esparcette, honingsklavers, klavers. Luzerne,
Nootzoetraapzaad, Phacelia, Seradelle en Witte mosterd(Radijs, Malva,
Coriander, Goudsbloem).
Blauw
Glidkruid Scutellaria galericulata
Lipbloemenfamilie
5 6-9 H/L? -
St
Janskruid Hypericum perforatum
Hertshooifamilie
2 6-9 Po -
Geneeskrachtig(wonden),
cfr signatureleer(kijkend naar de vorm van de plant). Zou in bloei staan op 24
juni(= St. Jan, overname door kath. van de Germanen die het opdroegen aan Balder),
dus mooiste bloei rond de langste dag, en daardoor bij de Germanen bij hun
midzomerfeesten gebruikt.
Geneeskracht:
depressies, wondheling cfr St. Janskruid olie(brandwonden,...). Bevat
etherische olie en looistof(dus effectief). Nerveuze pijnen, bedwateren, ...
Legende:
rood sap = bloed van Christus, en de gaatjes zijn er door de duivel in geprikt,
duivelverdrijver.
Giftig:
bloemen en stengelbladeren(rood sap kan huidreactie geven).
Hypericum
perforatum = blad met doorschijnende puntjes >< Hypericum montanum = blad
met zwarte kliertjes aan de rand = Berghertshooi.
Middelste
Teunisbloem Oenothera biennis
Teunisbloemenfamilie
2 6-9 - -
Ingevoerd
van N. Amerika als groente, daarna verwilderd.
Geslachtnaam
komt van oinos = wijn. De eetbare(gekookte) wortel heeft een geur als van wijn.
Vroeger gewijd aan St. Antonius, dus Teunisbloem. Bladeren = surrogaat van
tabak tijdens de oorlog. De zaden kunnen gemalen tot meel.
Grote
Kaardebol Dipsacus fullonum
Kaardebolfamilie
2 7-9 B1 protan
Gewoon
Duizendblad Achillea millefolium
Composiet
2 6-11 B1 protan
Achilles
zou ook zijn tegenstrever met deze plant genezen hebben, de etherische oliën
zijn geneeskrachtig(looistoffen zijn bloedstelpend). Millefolium slaat op de
talloze slippen in de bladeren. Standplaats = grasland en langs wegen.
Geneeskracht:
Een van de oudste bloedstelpende planten(looistoffen). Hij verhoogt de
adrenaline, ...
Door de
zon kan er na contact met plantesap een huidreactie optreden.
Het is een
uitstekend haarwasmiddel, en voorkomt haaruitval.
Folklore:
anti-duivels en heksenkruid.
Stalkaars
Verbascum densiflorum
Helmkruidfamilie
1 7-9 Po -
Ons land
telt niet minder dan 35.000 ha wegbermen. Een aanzienlijke oppervlakte
natuurgebied, op voorwaarde dat ze goed beheerd worden! Gebruik van herbiciden
en/of te dikwijls maaien leidt tot eentonige grasbermen. Een- tot tweemaal per
jaar op vaste tijdstippen maaien met afvoer van het maaisel doet daarentegen
bloemrijke bermen ontstaan. Deze lokken allerlei insekten aan: bijen, vlinders,
kevers, zweefvliegen… Sommige hommelsoorten maken hun nest in oude muizenholen.
In Vlaanderen verplicht het ‘Bermbesluit’ gemeenten en andere besturen hun
beremen op natuurgerichte wijze te beheren.
Koningskaars
Verbascum thapsus
Helmkruidfamilie
2 7-10 Po - , Vliegen/Bijen
Anjerfamilie
2 5-8 B/L protan
Papaverfamilie
2 6-7 Po -
Grassenfamilie
6 6-7 - -
4)Boomgaard(en
oude fruitrassen)
Appels en peren
bloeien vrij vroeg in het voorjaar. Op dat ogenblik zijn er te weinig inheemse
insekten om uitgestrekte boomgaarden te bestuiven en zodoende voldoende
vruchtzetting te verzekeren. Het tekort aan inheemse bestuivers wordt aangevuld
door kasten met honingbijen te plaatsen. In onze streken ligt het belangrijkste
economisch nut van de bijenteelt hoegenaamd niet in de honingproductie (1%),
maar vrijwel uitsluitend in het verzekeren van de fruitoogst, door
bestuiving(99%).
Oude
fruitrassen
bezitten soms eiegenschappen die later opnieuw van belang kunnen zijn. Hier en
daar werden reeds ‘fruitbomenreservaten’ opgericht. In de Bijentuin werden oude
rassen wegens plaatsgebrek als laagstam aangeplant. De namen van de rassen
staan op de etiketten onderlijnd. Vroeger werden tientallen, vaak
streekgebonden rassen in hoogstamboomgaarden geteeld. In de tweede helft van
deze eeuw verdwenen met de hoogstamboomgaarden de oude appel- en pererassen.
Oorzaken zijn vooral de omschakeling naar gemechaniseerde teelt in struikboomgaarden,
de veranderde smaak van de consument en de langere bewaartijd van de moderne
rassen.
Appelfamilie 2 4-5 AB progyn
Cfr appel
Appelfamilie
2 4-5 AB progyn
Om
zelbevruchting te voorkomen, rijpen de stempels voor de
meeldraden(protogynisch). De natuurlijke bestuivers zijn hommels, solitaire
bijen en zweefvliegen. Hommels zijn de beste bestuivers. Ze werken snel (tot
240 bloesems per vlucht). Door hun grootte raken ze bij elk bezoek zowel de
helmknoppen als stempels. Appel bloeit vrij vroeg. Voor de wilde exemplaren,
die nooit talrijk voorkomen, volstaat het relatief klein aantal bloembezoekende
voorjaarsinsekten. Voor gekweekte appels, die in grote aantallen in boomgaarden
bij elkaar staan, is dit niet het geval. Hier wordt, om het tekort aan
bestuivers aan te vullen, de Honingbij ingeschakeld. Bij de aanleg van een
boomgaard moet er rekening mee worden gehouden dat vele varieteiten zelfsteriel
zijn: ze zetten alleen maar vrucht na bestuiving met stuifmeel van een andere
varieteit. Honingbijen bezoeken bovendien slechts 2 bomen per vlucht, zodat een
grote afwisseling aan varieteiten de vruchtzetting bevordert. In tegenstelling
met hommels, bestuiven de slanke honingbijen niet alle bloemen die ze bezoeken.
Slechts wanneer ze bovenop de meeldraden gaan zitten en hun zuigtong er
tussendoor steken om aan de nectar te kunnen, raken ze de stempels aan.
Grossulariafamilie
2 4-5 B protan
Grossulariafamilie
2 4-5 AB -
Cultuurplanten
uit deze soort, en/of met kruisingen met andere ribes soorten. Jam. Jenever.
Mned. Ael,
ale, bier. De aalbes komt uit O. Europa/Siberie. Witte bloem/Rode bes.
Vitaminerijk.
Goed voor
Hoest/heesheid.
Grossulariafamilie
2 4-5 B -
Cfr
Aalbes. Ook: "cassisbes", "zwarte joannesbes".,
"zwarte aalbes". Cfr "creme de cassis", witte Bourgognewijn
+ cassissiroop.
Dodoens:
geneeskrachtig(overvloedig lang de Dijle in elzenbossen).
Onderzijde
v/d bladeren à kliertjes à cassisaroma.
De veelvuldige
componenten zorgen voor: licht urinedrijvend, jicht, reuma, maagzuur,
elasticiteit v/d aderlijke bloedvaten.
Vroeger
dus aanwezig in de boerentuintjes.
Eeuwenlang
waren akkers en weilanden omzoomd door hagen en houtkanten. Ze hielden het vee
binnen en het wild buiten. Prikkeldraad maar vooral ruilverkavelingen
betekenden het einde. Ze vormden lintvormige miniatuurbosjes en waren alzo het
laatste toevluchtsoord voor heel wat inheemse planten en dieren. Bovendien
zorgden ze voor een gunstig microklimaat(windbreking). Rondom de Bijentuin werd
een heg met inheemse struiken aangeplant. Opvallende soorten zijn Eenstijlige
meidoorn, Gewone vlier, Hondsroos, Rode kornoelje, Sleedoorn en Sporkehout.
(Hint voor eigen tuin!)
Talrijk
vertegenwoordigd is het Sporkehout. Deze soort bloeit met kleine, onooglijke
groene bloempjes die echter overlopen van nectar. Door de erg lange
bloeitijd(5-9) is het een van de belangrijkste drachtplanten voor de Honingbij
in de droge Kempen. Het geraamte van bijenkorven was uit de rechte twijgen van
deze struik vervaardigd.
Chinese
Wegelia Weigelia florida
Kamperfoeliefamilie
3 5-7 H -
Europese
Blazenstruik Colutea arborescens
Vlinderbloemenfamilie
5 6-8 H VL-II
VL-II = stijlborstelmechanisme,
cfr ook de lathyrussoorten(vb. Veldlathyrus), bij de vlinderbloemigen. Dit
systeem vertoont enige verwantschap van de klokjes. De stanmper is net onder de
stempel met stijve haren bezet. De meeldraden verschrompelen vooraleer de bloem
opengaat(protandrische bloem). Het stuifmeel wordt vastgehouden in de haren op
de stamper of in het gootvormige uiteinde van de kiel. Als een insekt op de
bloem gaat zitten, wordt de kiel omlaaggedrukt en schuift de stempel naar voor.
Terzelfdertijd veegt de stijlborstel de goot schoon. De stempel raakt het
insekt eerst, zodat kruisbestuiving kan optreden. Pas nadien wordt het eigen
stuifmeel tegen de buik van het insekt aangedrukt. Vele solitaire bijen hebben
zgn. ‘buikschuiers’: dichte beharing op de buikzijde waarin ze stuifmeel voor
hun broed verzamelen.
Vogelkers
Cerasus padus/Prunus padus
Amandelfamilie
1 4-5 - -
Rozenfamilie?!
Ook troskers genoemd. De vruchten zijn gegeerd door vogels. Ze bevatten veel
looizuur(tannine), smaakmaker bij brandewijn en wijn(alleen inlandse?).
De
bloemknoppen, de verse bladeren en de jonge schors bevatten blauwzuur.
De
Amerikaanse heeft meer leerachtige bladeren en wordt fel verspreid, en daarom
ook bospest genoemd. Het vrijgemaakte hout riekt onaangenaam naar bittere
amandelen. Mieren bezoeken de nektarkliertjes(extrafloraal=buitenkant bloem )
en behoeden de plant tegen insektenvraat.
Rozenfamilie
2 6-8 B -
Geneeskracht:
diarree, gorgelmiddel, bloedstelpend, brandwonden
Gebruik:
voor touw, en verwerkt in manden en bezems.
Keuken:
het sap diende om rode wijn bij te kleuren.
Wilde
Kardinaalsmuts Euonymus europaeus
Kardinaalsmutsfamilie
1 5-6 A protan
Langwerpig
blad. Rozerode vierlobbige vruchten ==> Kardinaalsmuts(wordt bezocht door
Roodborstjes è
"roodborstjesbrood" in Duitstalige land). Vroeger werd er van de
bladeren en vruchten een poeder gemaakt om de luizen te bestrijden. De vruchten
wekken braken op. De stengel lijkt vierkantig, maar dit komt door de ribbels.
Papehout =
kardinaalsmutshout voor het maken van klossen.
Damastbloem
Hesperis matronalis
Kruisbloemigen
2 5-7 B -
Vlinderstruiken
(Buddleja) en Seringen worden overvloedig door insekten bezocht. De bloempjes
van deze struiken hebben een diepe, nauwe kroonbuis. Zo kunnen alleen insekten
met lange monddelen, zoals vlinders met hun roltong, de nectar bereiken.
Bvb:
Atalanta, Dagpauwoog, Koolwitje, Kleine Vos.
Gewone
sering Syringa vulgaris
Olijffamilie
2 5-6 B protan/progyn
Vlinderstruik
Buddleja davidii
Buddlejafamilie
2 7-10 B -
Schildpadbloem
Chelone obliqua
Helmkruidfamilie
5 - - -
Draaibloem
Physostegia virginiana
Lipbloemenfamilie
5 7-9 H -
Canadese
Guldenroede Solidago canadensis
Composiet 2 8-10 B1 protan
Vlinderbloemenfamilie
4 6-9 H VL-III
VL-III = Pompmechanisme
bij de vlinderbloemigenfamilie(vb Rolklaver), een variante op het
stijlborstelmechanisme. De beide kielbladeren zijn helemaal vergroeid, behalve
aan de top. Het stuifmeel wordt voor de verbrede stempel in de kiel uitgestort.
Als een insekt op de bloem neerstrijkt, buigt de kiel omlaag. De stempel werkt
dan als een zuiger, en duwt het stuifmeelpropje naar buiten, tegen de buik van
het insekt. Pas als de helmkoppen leeg zijn, wordt de stempel kleverig en
geschikt om stuifmeel van een andere bloem op te nemen (protandrische bloem).
Wegedoornfamilie
2 5-9 AB protan, Vliegen/Bijen
Ovaal
blad, van groen, via rood naar donkerpaarse bessen.
Houtskool
ervan werd als buskruit gebruikt. Bessen en schors als braakmiddel.
Laxeermiddel uit de gedroogde bast(Vuilboom= ook onaangename geur van de bast).
Uit de schors werden de gele en bruine kleurstof gemaakt. Van de twijgjes kan
zeer goede houtskool gemaakt worden welke verwerkt werd in buskruit. De
twijgjes werden ook verwerkt in manden. Gespleten twijgjes om de pijpen aan te
steken. Op de bladeren leeft de rups van de citroenvlinder.
Frangula
komt van frangere = breken, de takken breken gemakkelijk af en vormen dan
sprokkelhout oftewel 'Sporkehout'.
Giftig:
bessen, bast en bladeren. Dodoens raadde verkeerdelijk het eten van bladeren
aan voor koeien om de melkproductie te verhogen(remt!).
Slipbladige Rudbeckia Rudbeckia laciniata
Composiet 2 8-10 B1 protan
Citroentijm Thymus citriodorus
Lipbloemenfamilie 2 - B protan
Lipbloemenfamilie
2 7-9 B protan
Tijmsiroop
als hoestdrank. Sterke geur bij fijnwrijven van de bladeren.
Behalve de
gekweekte honingbij, komen bij ons van nature ongeveer 370 soorten bijen voor.
Enkele tientallen soorten vormen staten, het zijn de hommels. De overige zijn
solitaire bijen. Voor heel wat soorten kunnen we een plaatsje reserveren in
onze eigen tuin. Voor hommels kunnen we een omgekeerde bloempot ingraven,
waarin we wat strooisel van een muizennest(dierenwinkel!) hebben gestopt. Er
bestaan ook speciale hommelkasten. Solitaire bijen maken kleine nesten in zelf
uitgegraven holletjes in de grond, in holle plantenstengels, in spleten tussen
stenen of in oude slakkehuisjes. Voor deze type kunnen op eenvoudige wijze zelf
‘nestkastjes’ worden gemaakt. Plaats ze op een zonnige plek in de tuin, of
onder een vensterbank op het zuiden.
Kruisbloemigen
2 4-6 - -
Rotsschildzaad
Allyssum saxatille
Kruisbloemigen
2 4-5 - -
Vetplantenfamilie
2 5-6 A protan
Rozenfamilie 2 5-7 AB/H -
Vetplantenfamilie
2 6-8 A protan
Gewone
Esdoorn Acer pseudoplatanus
Esdoornfamilie
1 4-6 A -
Economisch
de belangrijkste esdoorn. De Esdoorn heeft een volledige bloem. De vleugeltjes
van de splitvrucht staan onder een scherpe hoek zoals bij de Vederesdoorn(bij
de Noorse esdoorn onder een stompe hoek). In de herfst zijn de 5 lobbige
bladeren citroengeel.
Pseudoplatanus:
de buitenste schors laat in grote platen los, zoals de plataan.
Het sap
van de esdoorn bevat veel suiker(Cfr gebruik bij de Indianen tijdens de winter)
Amandelfamilie
2 4-5 AB/H -
Berkenfamilie
6 2-4 Po protan/progyn
Ovaal
blad. Hazelaartakken(tenen) werden in verschillende toepassingen
gebruikt(primitieve vaartuigen, lemen hutten, manden, ...)
Hazelnoten
zijn een geliefd voedsel. In februari vallen de rupsvormige katjes op.
Deze
heester behoort tot de oudste bloeiende planten(windbestuiving!).
De
hazelnoten leveren per 100gr 620 kcal.
De naam
komt van een oud Germaans woord koselo --> Corylus bij de Romeinen.
De
hazelaar vormt een symbiose met bepaalde zwammen.
De
hazeltwijgen speelden vroeger een belangrijke rol in het
volksgeloof(wichelroeden, spits roede lopen).
Tamme
Kastanje Castanea sativa
Napjesdragerfamilie
2 6 Po -
Beukenfamilie?!
Afkomstig van de Middellandse Zee, ingevoerd door de Romeinen. De vruchten zijn
eetbaar(pollenta = pap). Langwerpige, leerachtige en scherp gezaagde bladeren.
De kastanjes(pas na 35 jaar!) zijn smakelijk, worden in de banketbakkerij
gebruikt(beperkt houdbaar meel), maar ook als consumptienoot(al of niet
geroosterd of gekookt) verkocht. Vorstgevoelig en kalkmijdend. Sativa =
aangeplant.
Geneeskracht:
hoest en kinkhoest.
Wilde
Lijsterbes Sorbus aucuparia
Appelfamilie
2 5-6 AB progyn
Rozenfamilie?!
Geveerde bladeren. Lijsterachtigen en andere vogels zijn verzot op de
bessen(Vitamine C), de latijnse naam wijst erop dat ze gebruikt werd om vogels
te vangen. Dit is echter geen echte bes, het zijn vuurrode vruchten. Er werd
een kruis van gemaakt om heksen te bestreden te samen met een bezweringsspreuk.
Men maakt van de vruchten compote, marmelade en likeur, te veel rauw zijn ze
wel laxerend(blauwzuurverbinding!) (deze werking verdwijnt bij het koken).
Het hout
is niet duurzaam (omheiningspalen).
Folklore:
Geestelijken aten vroeger wel eens een paar lijsterbessen vooraleer een preek
te beginnen.
Rode
Kornoelje Cornus sanguinea
Kornoeljefamilie
1 5-6 A -
Veelal op
kalkrijke grond. De naam dank zij de rode takken en bladeren in de
herfst(sanguinea is bloedrood). De vruchten(bessen) zijn fel in trek bij de
vogels(lijsterachtigen). Normaal bestuiving door insekten, maar als deze
achterwege blijven, dan buigen de meeldraden van de ene bloem zich over de
stempels van een naburige bloem. Harde houtsoort(draaiwerk). Giftige
vruchten("duivelsbessen").
Gevlekt
Longkruid Pulmonaria officinalis
Ruwbladigen
2 3-5 B H-styl
Gele
Dovenetel Lamium galeobdolon
Lipbloemenfamilie
5 4-6 H -
Lamos =
muil, voor de vorm van de bloemen.
Mierebroodje(witte
olie onderaan het nootje). De mieren slepen de vruchtjes naar hun nest, en
zorgen bij verlies ervan voor verspreiding. Galeobdolon= gala en bdallo voor
melk(en) en slaat eigenlijk nog op de Witte.
Uitzicht
van netel om aan vraatzucht te weerstaan.
D)Demostarieborder:
Schaduwplanten
Hartbladzonnebloem
Dolonicum pardaliacnhes
Composiet
2 5-7 B protan, Vliegen
Wilde
Hyacint Hyacinthoides non-scripta
Leliefamilie
2 4-5 B -
Lievevrouwebedstro
Asperula odorata
Walstrofamilie
2 5-6 B -
Walstrofamilie("sterbladige").
Heeft vierkante stengel. In krans staande bladeren, zie ook het Kleefkruid. De plant
bevat cumarine(aromatische vluchtige olie, vaatverwijderend!), cfr de hooigeur,
zoals van het reukgras.
Asper =
ruw(ruw behaard), en odorata = geurig.
Bestuiving:
insekten, zelfbestuiving of d.m.v. de wortelstok.
Stinkend
Nieskruid Helleborus foetides
Ranonkelfamilie
3 1-5 B -
Lookfamilie
1 4-5 AB -
Gevlekte
Aronskelk Arum maculatum
Aronskelkfamilie
6 4-5 D progyn
De
eenslachtige mannelijke en vrouwelijke bloemen zitten verborgen in een holte
(ketel) gevormd door het grote schutblad. Deze holte is bovenaan open, maar aan
de ingang bevinden zich kransen van stijve haren. De bloem scheidt warmte en
een - voor mensenneuzen een te zwakke - urineachtige geur af, waardoor kleine
motmugjes worden aangelokt. Als deze op de glibberige binnenzijde van het
schublad gaan zitten, glijden ze naar beneden en komen in de ‘ketel’ terecht.
Door de naar beneden gerichte haren kunnen ze niet ontsnappen
(‘spaarpoteffect’). De vrouwelijke bloemen zijn het eerst rijp(protogynie). In
de loop van de volgende dag verwelken de stempels en gaan de meeldraden open;
zelfbestuiving is dus onmogelijk. De rondvliegende insekten worden nu in de tot
poederdoos omgetoverde ketel met stuifmeel beladen. Tenslotte verwelken de
stijve haren, zodat de motmugjes naar buiten kunnen. Meestal zoeken ze een
nieuwe kolf op, waardoor ze het meegevoerde stuifmeel op de stempels van die
volgende plant kunnen afzetten.
Verspreiding
door bv. de merels door het eten van de rode bessen.
Vlekken
zouden afkomstig zijn van de lanssteek van Christus, of uit de staf van
Hogepriester Aron. Of van aros = nuttig, de wortel van de plant bevat veel
zetmeel. Maculatom = gevlekt, cfr ook in de Nl. naam.
Volksnamen:
Aronsstaf, Koevoet, Kalfsvoet, Kindje-in't-pak naar het blad of de bloem.
Blad = Reumamiddel,
en heeft een brandende prikkelige smaak.
Donkere
Ooievaarsbek Geranium phaeum
Ooievaarsbekfamilie
1 5-7 AB - , Bijen/Hommels
Lipbloemenfamilie
5 4-9 B protan
Voorjaarsbloeier.
Aangename geur. Hederacea: klimop die langs de grond kruipt, dit werd vroeger
zo gezien.
Hondsdraf
zou een verbastering zijn van wond en rank(geneeskracht) of van het Hoog Duits
"gunderabe"(= wonden genezer bij de Goten).
Oude
benaming = hoefijzertje. Het blad ruikt bitter(specifieke geur). Paarden zijn
zeer gevoelig aan dit kruid( kan tot hartzwakte lijden).
Het
plantje staat op stikstof rijke bodem(nabijheid van netels), en werd soms
i.p.v. hop in bier gedaan.
Signatureleer:
het gebruik van de niervormige bladeren zou urinedrijvend zijn.
Gebruik:
-keukenkruid(voorjaarssalade),
soep
-aangeplant
als grondbedekker
-anti-netel
werking
-eetlust,
oogverzorging, hoofdpijn, diarree, hoest en verslijming van de ademwegen.
Slanke
Sleutelbloem Primula eliator
Sleutelbloemenfamilie
2 3.5 H/L H-styl
De slanke
komt meer op koele en vochtige plaatsen voor. Primalu veris = eerstelinkje in
de lente. De gewone was een geneeskruid.
Bij
sleutelbloemen zijn zowel kelk- als kroonbladeren tot een buis vergroeid.
Alleen langtongige insekten kunnen de nectar bereiken: vlinders, hommels en
wolzwevers(vliegen). Helmknoppen en stempel bevinden zich op verschillende
hoogte. Zo kan het stuifmeel niet zomaar op de stempel van eenzelfde bloem
terecht komen. Er zijn twee bloemvormen met verschillende stijlen(heterostylie).
De eerste heeft een lange stijl, terwijl de meeldraden dieper in de kroonbuis
staan ingeplant. De tweede heeft een korte stijl (met de stempel ter hoogte van
de meeldraden van de eerste vorm). De bloemen van een bepaalde vorm zijn
onderling teriel. Bestuiving is dus slechts mogelijk als een insekt stuifmeel
v/e langstijlige bloem overbrengt naar een kortstijlige, of omgekeerd.
Groot
Heksenkruid Circaea lutetiana
Teunisbloemenfamilie
6 6-8 AB/D - , Vliegen
Naam
afkomstig van de Grieks mythische tovenares Cirse(veranderde de
metgezellen van Odysseus in zwijnen), de soortnaam is de Romeinse naam
van Parijs(was het centrum van de hekserij). Wie Heksenkruid in het bos
tegenkwam zou verdwalen.
Gewone
Ereprijs Veronica chamaedrys
Helmkruidfamilie
6 4-6 B/D -
De gewone
komt het meest voor. Zo hebben we ook nog de Grote-, de Akker-, de Blauwe Water
Ereprijs, de Veld Ereprijs en de Beekpunge. Veronica zou van zegebrenger komen,
voor de geneeskracht. Ereprijs, omwille van genezing van Franse koning(zweren).
Chamai en drus = nederige eik, bladen lijken op eikebladen, maar groeit laag
bij de grond.
Rozenfamilie
1 5-9 B (progyn)
Boze
geesten verdrijver. Zaadjes hebben puntjes die kleven, ook te gebruiken als
kruidnagel(vervangmiddel van de 'dure' kruidnagel, de aromatische wortel ruikt
naar kruidnagel, vandaar).
Geum =
smaak in't Grieks, dus spijzenkruid.
Urbanum =
stedelijk, de plant kwam vroeger in de buurt van steden en dorpen voor.
Vroeger tegen
veel kwalen gebruikt(keelontsteking, indigestie, maag, ... ).
Volksgeloof:
Duivelsbeet in de wortel(stervormige structuur in het wortelmerg).
Gebruik:
tegen het zuur worden van zelfgebrouwen bier.
Gewone
Salomonszegel Polygonatum multiflorem
Leliefamilie
2 5-6 B/H -
Bloem: wit
(1 zaadlobbig). Polygonatum = veelknoop
In de
bladoksels hangen mooie witte bloemklokjes, die een geur verspreiden dewelke
vooral de hommels lokt. De bessen zijn zeer giftig!
Ongeslachtelijke
voortplanting d.m.v. de wortelstok die zich onder de grond verspreidt. Waar het
blad aan de wortel afbreekt ontstaat een litteken hetgeen zou gelijken op de
zegel van Koning Salomon.
-De
Salomonszegel kan als geluksbrenger dienst doen
-Signatureleer:
eksterogen
-Naam in
Friesland: Hug(=zeug) met biggetjes(cfr tepeltjes)
-Giftig(digitalis),
de hartspier verkrampt.
-Toverkracht:
openen van sloten(schat)
Kruipend
Zenegroen Ajuga reptans
Lipbloemenfamilie
5 5-6 H -
Vrij
algemeen op vochtige, grazige plaatsen in bossen.
Ajuga van
aguios = met zwakke gewrichten, dus in de oudheid gebruikt bij
gewrichtsaandoeningen. Reptans = kruipend, slaat op de uitlopers.
Zene of
sene = oud woord = altijd, en slaat op blaadjes die groen blijven in de winter.
De zaden
worden door mieren verspreid. Zenegroen bevat looistoffen, dus een oud
geneesmiddel. Akkerzenegroen(A. chamaepitys) is veel zeldzamer.
Knikkend
Nagelkruid Geum rivale
Rozenfamilie
1 4-6 B (progyn)
Roetdauw
wordt de zwarte laag genoemd die op de bladeren van de bomen, struiken en
kruiden zit. Met name op en onder de Linde komt dit verschijnsel voor. Door
uitbundige nectarafscheiding van de lindebloemen druipt het zoete vocht naar
beneden. Hierin blijft allerlei stof kleven. De zwarte kleur wordt echter
vooral veroorzaakt door een schimmel die van suikers leeft.
Rozenfamilie
1 5-7 Po -
Struik, de
meest voorkomende wilde roos. Rosa canina = Hondsroos.
De
vruchten, rozebottels, vormen een vit. C bron (thee) ==> "sinaasappel
van het noorden". Urinedrijvend middel bij nier- en blaasstenen, ook
bloedzuiverend.
Mien:
Geneeskrachtig en magisch. Verbreken van betovering via ritueel(zieke dieren).
Bach:
Berusting, lusteloosheid, apathie. Levenloos à Levendige interesse. Innerlijke motivatie. Toewijding.
Dit deel
suggereert een landschap in overgang: een oude veedrinkpoel getuigt nog van het
vroeger graasbeheer; het omliggende grasland wordt nu echter jaarlijks een- tot
tweemaal gemaaid voor het hooi(hooiland).
Rondom de
oude veedrinkpoel hebben zich reeds enkele moerasplanten gevestigd. De poel is
erg belangrijk voor kikkers, salamanders en padden. Ook libellen planten er
zich in voort, dus letterlijk een bron van leven. Door het maaibeheer kunnen
zich in het grasland allerlei kruiden vestigen die met hun fraai ogende bloemen
heel wat bloembezoekende insekten aanlokken.
Grote
Waterweegbree Alisma plantago aquatiqa
Waterweegbreefamilie
1 6-9 A -
Bladvorm(die
van boven het water) is overeenkomstig de weegbree. Eetbaar voor geiten, giftig
voor ander vee.
Ranonkelfamilie
1 4-5 AB -
Dooiergele
bloemen, komt soms tot een tweede bloei. Iets giftig. De naam Caltha is
waarschijnlijk afkomstig van het Griekse woord kalathos dat schaaltje
betekent(vorm van de bloem). De Nederlandse naam = dodder = eierdooier(cfr
kleur bloem).
Grote
Ratelaar Rhinanthus angustifolius
Narcissenfamilie
5 5-10 H -
Pinksterbloem
Cardamine pratensis
Kruisbloemigen
2 4-6 B -
De
pratensis komt meer in hooilanden voor, terwijl de palustris (ondersoort?) met
witte bloemen meer in moerasgebieden voorkomt. Waardplant voor het Oranje
tipje. Wordt ook Schuimkruid genoemd, omdat het een favoriete verblijfplaats is
van "koekoekspog"(schuim veroorzaakt door een kevertje, de
Schuimcicade). Rijk aan vitamine C(scheurbuik) en lekker.
De
geslachtsnaam zou komen van het Griekse kardia voor hart, omdat de plant
vroeger bij hartziekten werd toegepast. "Pratense" = van de weide.
In sommige
streken wordt de Pinksterbloem genoemd naar de vogel die gelijk met de bloemen
van de plant verschijnen: Koekoeksbloem, Uiversbloem(ooievaar) enz.
Homeopathie:
maagkramp.
Keuken:
voorjaarssalade en als toekruid.
Echte
Koekoesbloem Lychnis flos-cuculi
Anjerfamilie
2 5-8 H protan
Naam=
helderrode koekoeksbloem. Veel bijgeloof(liefdes indicator, onweersvoorspeller,
...). De plant bloeit in mei, wanneer de koekoek terugkomt, de naam kan ook van
"koekoekspog" komen(cfr Pinksterbloem).
Vlinderbloemenfamilie
4 6-9 H VL-II
Bloemtrossen
tot 40 blauwpaarse bloempjes. Algemeen tussen kreupelhout en langs sloten.
VL-II = stijlborstelmechanisme,
cfr ook de lathyrussoorten(vb. Veldlathyrus), bij de vlinderbloemigen. Dit
systeem vertoont enige verwantschap van de klokjes. De stanmper is net onder de
stempel met stijve haren bezet. De meeldraden verschrompelen vooraleer de bloem
opengaat(protandrische bloem). Het stuifmeel wordt vastgehouden in de haren op
de stamperof in het gootvormige uiteinde van de kiel. Als een insekt op de
bloem gaat zitten, wordt de kiel omlaaggedrukt en schuift de stempel naar voor.
Terzelfdertijd veegt de stijlborstel de goot schoon. De stempel raakt het
insekt eerst, zodat kruisbestuiving kan optreden. Pas nadien wordt het eigen
stuifmeel tegen de buik van het insekt aangedrukt. Vele solitaire bijen hebben
zgn. ‘buikschuiers’: dichte beharing op de buikzijde waarin ze stuifmeel voor
hun broed verzamelen.
Rozenfamilie
1 5-7 A -
Vroeger
lag bij elke Kempische boerderij een ‘boerentuintje’. Het viel op door de ongedwongen
mengeling van forser en hevig gekleurde bloemen met nutsgewassen (groenten,
kruiden, kleinfruit).
Keukenkruiden
als Citroenmelisse, marjolein, munt salie en tijm trekken tal van honingbijen
aan. Laatbloeiende asters oefenen een grote aantrekkingskracht uit op
zweefvliegen, zoals de Blinde bij.
Zuurbesfamilie
1 4-5 - -
Virginische
Aster Aster novi-belgii
Composiet
2 9-11 B1 -
Lipbloemenfamilie
2 8-9 B -
Tuinkattekruid
NepataXfoassenii
Lipbloemenfamilie
5 6-9 H -
Lipbloemenfamilie
5 6-8 H protan
De meeste
soorten v/d Lipbloemenfamilie bezitten tweezijdig symetrische bloemen met
vergroeide kelk- en kroonbuis. De onderlip doet dienst als landingsplaats; de
bovenlip beschermt stamper en meeldraden. Het stuifmeel wordt op de rug v/h
bezoekende insekt afgezet(bloemtype 5). Een bijzonder bestuivingsmechanisme
vinden we bij enkele saliesoorten, zoals Veldsalie en Muskaatsalie of
Scharlei. De beide helmhokjes van elk van de twee meeldraden zijn gescheiden
door een lang steeltje, dat scharnierend aan de korte meeldraad bevestigd is.
Een helmhokje zit verborgen onder de bovenlip en bevat stuifmeel. Het andere is
vervormd tot een plaatje dat de nauwe ingang naar de basis van de kroonbuis
(waar de nectar zich bevindt) afsluit. Stoot een insekt tegen het plaatje, dan
kantelt het verbindingsstaafje waarbij de vruchtbare helmknop naar beneden gaat
en de rug v/h insekt aanraakt.(Deze beweging kan goed gedemonstreerd worden met
een potlood.) De meeldraden zijn eerder rijp dan de stamper(protandrische
bloem). Als de stamper rijp is, steekt deze ver buiten de bloem uit. De
gespleten stempel kan zo het stuifmeel dat door een insekt van een andere bloem
wordt aangevoerd ‘oplikken’.
Echte
Gamander Teucrium chamaedrys
Lipbloemenfamilie
5 7-9 B protan, Hommels
Vlakbladige
Kruisdistel Eryngium planu
Schermbloemenfamilie
1 6-7 A protan
Lobeliafamilie 5 7-9 H protan
Citroenmelisse
Melissa officinalis
Lipbloemenfamilie
5 7-8 H protan
Groot
Sterrescherm Astrantia major
Schermbloemenfamilie
1 6-8 A protan
Echte
Salie Salvia officinalis
Lipbloemenfamilie
5 6-7 H protan
Aromatisch
wintergroen struikje(van MZ). Keukenkruid. Salvia = genezende plant è salie.
Bestuiving,
cfr Scharlei.
Lavendel
Lavendula augustifolia
Lipbloemenfamilie
- 6-8 - -
Jacobsladder
Polemonium caeruleum
Vlambloemfamilie
2 6-8 - -
Lipbloemenfamilie
2 6-9 B - , Bijen
Wijnruitfamilie
1 6-8 AB protan
Reuzenmargriet
Chrysanthemum maximum
Composiet
2 6-8 B1 protan
Moederkruid
Chrysanthemum parthenium
Composiet
2 6-9 B1 protan
Composiet
2 5-9 B1 protan
Grote
witte(3 tot 6 cm) straalbloemen. Grasland.
Oude
geslachtsnaam = Chrysantemum van chrusos en anthos = goud en bloem, leukos =
wit. Vele van dit geslacht zijn geel. Vroeger tegen keelontstekingen. In Spanje
en Frankrijk worden de wortels tot sla versnipperd(fris).
Puntwederik
Lysimachia punctata
Sleutelbloemfamilie
2 6-8 Po -
Karthuizeranjer Dianthus carthusianorum
Anjerfamilie 2 5-8 L protan
Kleinbloemige
Steentijm Calamintha nepeta
Lipbloemenfamilie
2 8-9 B -
Lipbloemenfamilie 5 7-8 H protan
Purperen Rudbeckia Rudbeckia purpurea
Composiet
2 7-9 B1 protan
Vaste
Lupine Lupinus polyphyllus
Vlinderbloemenfamilie
4 6-8 H VL-III, Bijen
VL-III = Pompmechanisme
bij de vlinderbloemigenfamilie(vb Rolklaver), een variante op het
stijlborstelmechanisme. De beide kielbladeren zijn helemaal vergroeid, behalve aan
de top. Het stuifmeel wordt voor de verbrede stempel in de kiel uitgestort. Als
een insekt op de bloem neerstrijkt, buigt de kiel omlaag. De stempel werkt dan
als een zuiger, en duwt het stuifmeelpropje naar buiten, tegen de buik van het
insekt. Paa als de helmkoppen leeg zijn, wordt de stempel kleverig en geschikt
om stuifmeel van een andere bloem op te nemen (protandrische bloem).
Composiet 2 nazomer B1 protan
Grote
Brunel Prunella grandiflora
Lipbloemenfamilie
5 7-9 H -
Gewoon
Barbarakruid Barbara vulgaris
Kruisbloemigen
2 5-8 B -
Schermbloemfamilie
1 5-7 A protan
Lipbloemenfamilie
5 6-8 H protan
Lipbloemenfamilie
2 6-8 B protan
Bosvergeet-mij-nietje
Myosotis sylvatica
Ruwbladigen
2 5-6a9 B -
Schoenlappersplant
Saxifraga crassifolia
Steenbreekfamilie
1 3-5 - -
Reeds voor
het begin van onze jaartelling ontstonden op de zandgronden de eerste
heidevelden, door overbeweiding en ontbossing. Nu blijven er van dit eertijds
zo belangrijk landschapstype nog maar enkele fragmenten over(Vb. Kalmthoutse
Heide). Nog op het einde van de 18e eeuw was nagenoeg heel de Kempen met heide
bedekt. In de 19e eeuw werd, vooral ten behoeve van de koolmijnen, grootscheeps
herbebost met Grove den. Andere heiden verdwenen voor landbouwgrond,
woningbouw, industrie, wegenaanleg, enz.
Op droge
plaatsen groeit Struikhei. Gewone dophei verkiest natte plekken, zoals rond
vennen. Struikhei wordt o.a. door honingbijen bevlogen; dophei heeft typische
hommelbloemen. Vroeger plaatsten de imkers in de bloeiperiode van de Struikhei
(augustus-september) veel bijenkorven in de heide. Het heideveldje in de
Bijentuin evolueert stilaan naar een ‘heischraal grasland’ omwille v/h niet geschikte
microklimaat(omring door hoge bomen), waarin ook allerlei andere planten van
zandgronden een plekje weten te bemachtigen(grassen, Zandblauwtje).
Gewoon
Biggekruid Hypochoeris radicata
Composiet
2 6-9 B1 protan, Vliegen
Heidefamilie
1 8-9 B (protan), Bijen/Vliegen
Cypresfamilie
- 5-6 Po -
Klokjesfamilie
- 6-8 - -
Brem is
een van de fraaiste struiken van de droge zandgrond.
Het is een
plant die aangepast is aan het leven in zuidelijker, warme streken. Het
bijzondere bestuivingsmechanisme valt wel op.
Vlinderbloemenfamilie
4 5-7 Po VL-IV
VL-IV =
springveermechanisme = het vierde type van bestuivingsmechanisme bij de Vlinderbloemenfamilie.
Er zijn vijf korte en vijf lange meeldraden en een lange, gebogen stijl. Alle
zitten ze opgerold in de kiel, die bovenaan gesloten is. Als een insekt dat
zwaar genoeg is(hommel bij de brem) de bloem bezoekt, scheuren de kielblaadjes bovenaan
open en komen de veerkrachtige meeldraden en stijl te voorschijn. De korte
meeldraden raken de onderkant v/h insekt aan; de lange meeldraden en de stijl
de bovenkant. Brem vormt dus een (gedeeltelijke) uitzondering op de regel dat
bij de vlinderbloemenfamilie de bloembezoekende insekten langs onder bestoven
worden. Het mechanisme werkt maar een keer; de ‘ontplofte’ bloemen zijn
duidelijk van de andere te onderscheiden. Brem bevat vrijwel geen nectar, maar
wordt voor het, overvloedige, stuifmeel bezocht (stuifmeelbloemen è Po)
Jacobskruiskruid Senecio jacobaea
Composiet 2 7-10 B1 protan
Gele
Morgenster Tragopogon pratensis
Composiet
2 5-7 B1 Protan
Stijf
Havikskruid Hieracum Laevigatum
Composiet
2 7-8 B1 protan
Composiet 2
6-7 B1 protan
Composiet
1 5-9 B1 protan
Klein
Hoefblad Tussilago farfara
Composiet
2 2-5 B1 protan
Naam=
hoestverdrijver(tussio en agio = hoesten en verjagen) geneeskrachtig tegen
hoest(zelfs al bij de Romeinen). Farfara = meeldragend, cfr witte onderkant van
de bladen(vlies). In Poperinge en Ieper noemt men de plant
"paarde-poot".
Bloem is
gelijkaardig met de paardebloem maar fijner en reeds in april uitgebloeid. Aan
de onderkant van het blad is er een vlies ter bescherming. Dit vlies werd ook
in de tondeldoos gebruikt(gedroogd=vlambaar).
Geneeskracht:
longaandoeningen(cfr naam), klieraandoeningen, niespoeder tegen hoofdpijn,
duizeligheid en neusverstoppingen, chronische bronchitis.
Gebruik:
snuiftabak, afleren van roken.
Dophei(
gewone) Erica tetralix
Heidefamilie
- 6-10 H -
Ruig
Klokje Campanula trachelium
Klokjesfamilie
- 7-9 - -
De
veelzijdig symmetrische, klokvormige bloemen v/d Klokjes-familie vormen een
overgang naar de meer gespecialiseerde insektenbloemen(type 3). Om de dieper
liggende nectarklieren te bereiken, is enig klauterwerk vereist. Klokjes worden
dan ook het meest door behendige bestuivers bezocht, zoals allerlei solitaire
bijen en de Honingbij. Er is een merkwaardige bestuivings-mechanisme. De
meeldraden worden eerder rijp dan de stamper (protandrische bloemen).
Reeds vooraleer de bloem opengaat, zetten de meeldraden het stuifmeel af op de
harige top van de stamper, waarna ze verschrompelen. Gedurende de eerste fase
van de bloei doet de stamper dienst als meeldraad. In de tweede fase gaan de
stempels open Na enkele dagen krullen ze naar buiten om, zodat ze het eventueel
nog aanwezige stuifmeel ‘oplikken’. Is de bloem, bvb bij erg slecht weer, niet
door insekten bezocht geweest, dan is dergelijke zelbestuiving een
‘noodoplossing’.
Dwergmispel Cotoneaster dammerii
Appelfamilie 1 5-6 AB progyn
Grossulariafamilie
2 4-5 H - , Hommels
In de
beschutting van een haagbeukenhaag werd een leshoekje gecre-eerd. Ook individuele
bezoekers zijn er welkom, om van het fraaie uitzicht op de tuin te
genieten(afval meenemen!).
Brede
Wespenorchis Epipactis helleborine
Orchidee-enfamilie
5 7-9 H -
De
bloeiwijze kan tot 100 bloemen bevatten. Bij deze soort is kruisbestuiving noodzakelijk.
De zeer
grote Orchidee-enfamilie - de grootste familie ter wereld - toont wellicht
zowel de meest verscheiden als geraffineerde bestuivingstechnieken. Een goed
voorbeeld is de nog vrij algemene Brede wespenorchis. De typische
orchidee-enbloem - een verkleinde uitgave van de gekweekte tropische verwanten
- heeft een groene tot bruinpaarse kleur, die een bijzondere aantrekkingskracht
blijkt uit te oefenen op wespen. De grote onderlip doet dienst als
landingsplaats en als vergaarbakje voor de nectar. De ene meeldraad heeft geen
los stuifmeel maar twee stuifmeelklompjes (pollinien). Tussen meeldraad en
stempel bevindt zich een snaveltje dat gevuld is met kleefstof. Als een wesp
die van de nectar in de onderlip is komen drinken, de bloem wil verlaten, raakt
ze met de kop het snaveltje aan. Daarop komt de kleefstof vrij. Vervolgens
stoot ze tegen de stuifmeelklompjes, die aan de kop v/h insekt blijven
vastkleven. Tijdens de vlucht naar een volgende bloem, buigen de steeltjes van
de meegevoerde pollinien naar voor, zodat deze laatste worden aangedrukt tegenm
de stempel v/d bloem die daarop bezocht wordt.
Kleine
Maagdenpalm Vinca Minor
Maagdenpalmfamilie
2 3-9 B/H -
Ook in
onze siertuin kunnen we een plaatsje reserveren voor planten die bloembezoekende
insekten aanlokken. Geraniumsoorten en Muskuskaasjeskruid worden vooral door
bijen en hommels bezocht. Vlambloem(Phlox = Herfstsering) trekt veel vlinders
aan. Narcissen en Funkia’s(Hosta’s) worden door hommels bevlogen.
Vlambloemfamilie
2 8-10 L -
Grootbloemige
Ooievaarsbek Geranium platypetalum
Ooievaarsbekfamilie
1 6-8 - - , Bijen
Bosooievaarsbek
Geranium sylvaticum
Ooievaarsbekfamilie
1 - B protan, Bijen
Roze
Ooievaarsbek Geranium endressii
Ooievaarsbekfamilie
1 6-7 - -
Geranium "Johnson’s Blue" Geranium
himalayense X Geranium pratense
Ooievaarsbekfamilie
1 6-8 - -
Vepplantenfamilie
1 7-8 A protan
Leliefamilie
2 7-8 - -
Het
Amerikaans krenteboompje is in zijn land van herkomst verdwenen. In de Kempen
verwildert het hier en daar in dennebossen.
De
struiken bloeien kort maar overdadig in april. Ze lijken dan bedekt met een
sneeuwtapijt. In de herfst geven de wijnrood en geel verkleurde blaadjes een laatste
feestelijke tint aan de Bijentuin.
Amerikaans
Krenteboompje Amelanchaei lamarkii
Appelfamilie
1 4-5 A - , Bijen
Robertskruid
Geranium robertianum
Ooievaarsbekfamilie
1 5-9 B protan
Onaangename
geur bij fijnwrijven van de plant.
Signatureleer:
bloedziekten cfr kleur blad(Bloedkruid, Bloedwortel).
Homeopathie:
gewichtstoename(ziekte van Basedow) en inwendige bloedingen. Ook voor keel- en
tandontstekingen(gorgelen).
Robert(ianum)
van Latijn ruber = rood of van de Heilige Robert, die als eerste de geneeskrachtige
werking ontdekte.
De naam
Geranium is afgeleid van het Griekse woord voor kraanvogel of ooievaar:
geranos, gesnavelde vrucht.
Witte
Klaverzuring Oxalis acetosella
Klaverzuringfamilie
1 4-5 AB -
Heeft
kleistogame bloemen en ook voortplanting via de wortelstok. Het zuur =
oxaalzuur, wat in grote hoeveelheden slecht is voor de nieren. Zie ook het
oxaalzuur(=zuringzuur, gebruikt tegen roestvlekken) in de sleedoornvrucht. Dit
plantje is geen familie van de klaver. De ridders smeerden hun wapens in met
oxaalzuur om ze "onfeilbaar" te maken. Het zuur zou bescherming
brengen tegen heksen. De blaadjes hebben een "slaapstand", ze kunnen
zich laten hangen tegen de zon, en bevatten vitamine C wat goed is tegen
scheurbuik. De tere witte, rood geaderde bloempjes bevatten nectar als ze
onderaan geel zijn. Bij rijpe zaadjes knakken deze open en zorgen alzo voor
verspreiding.
Geneeskracht:
bloedzuiverend, koortswerend, urinedrijvend, sproeten.
Gebruik:
smaakmaker, Indianen lieten hun paarden dit eten om sneller te lopen, in frisse
limonades, roestvlekkenverwijderaar, afbijtmiddel. De volksnaam Alleluia heeft
te maken met de Paastijd(bloei, dan ook zang Alleluia)
Bleeksporig
Bosviooltje Viola riviana
Viooltjesfamilie
6 4-5 D/H -
Lelietje-Van-Dalen
Convollaria majulis
Leliefamilie
3 5 - -
Giftig en
geneeskrachtig, voorjaarsbloeier. 1 zaadlobbig, geofiet(ondergrondse
wortelstok). Convallis = dal, leiron = Lelie. Majalis = mei.
Giftig(cfr
vingerhoedskruid)! Werking op hartspier en de bloedsomloop.
De
Germanen eerden Ostora door meiklokjes op het vreugdevuur te gooien(lente!).
De
Christenen zetten ze in vazen in de maand mei voor Maria, ze zijn een symbool
van absolute zuiverheid.
Geneeskracht:
Nerveuze hartstoringen.
Gebruik:
Parfum onderdeel. Niespoeder. Wijntoevoeging in Duitsland! Gele verfstof.
Volksgeloof:
bloemperkje met meiklokje zelf aanplanten ==> zelfde jaar dood.
Anjerfamilie
1 4-6 AB protan
Signatureleer
voor botbreuken, holos = heel en osteon = bot.
Geneeskrachtig:
vroeger bij oogontstekingen.
Gewone
Smeerwortel Symphytum officinale
Ruwbladigen
2 5-8 B -
Geneeskrachtig(de
slijmerige substantie van de wortel op kompressen).
Symphytum
van sumphuo = samengroeien, dus voor breuken in de oudheid.
"Suikerwortel":
Zoete wortel om te kauwen, tegen de dorst (kinderen).
Verder
goed voor: ontstekingen, verstuikingen, bloedstelpend, ...
De verse
bladeren geven een gele verfstof af en de wortel een rode verfstof.
De jonge
scheuten werden vroeger als asperge gegeten.
Roodpaarse
tot witte bloemen.
Wilgenroosje
Epilobium angustifolium
Teunisbloemenfamilie
- 7-8 H? protan, Bijen
Het
Wilgeroosje is een v/d mooiste planten uit onze flora - en gelukkig (nog) niet
zeldzaam! De rose bloemen staan in lange trossen en beginnen van onder naar
boven toe te bloeien. Het duurt weken voordat ook de bovenste bloemen
uitgebloeid zijn. De bloemen zijn protandrisch, d.w.z. de meeldraden rijpen
voor de stempel. Wilgeroosje toont prachtig aan op wat voor subtiele wijze
planten en dieren in de loop der evolutie van elkaar afhankelijk zijn geworden.
Als de plant reeds een tijdje in bloei staat, zijn de onderste (want oudste)
bloemen in de vrouwelijke fase, terwijl de bovenste (jongste) bloemen nog in
hun mannelijke fase zijn. Wanneer een hommel de plant bezoekt, begint ze steeds
bij de onderste bloemen en eindigt bij de bovenste. Hierbij wordt stuifmeel van
een andere plant op de stempels van de bezochte plant overgebracht. Indien het
insekt op de tegenovergestelde wijze te werk zou gaan, zou stuifmeel van de
bovenste bloemen opde stempels van de onderste terechtkomen, wat buurbestuiving
(eigenlijk een vorm van zelfbestuiving) zou betekenen. Door het aangeboren
gedrag v/h insekt wordt dit voorkomen. Het ‘gedrag’ v/d plant(nl. protandrie)
en dat van het insekt zijn dus volmaakt op elkaar afgestemd. Ook andere planten
met trosvormige bloeiwijze hebben zo’n bestuivingssysteem.
Momenteel
niet aanwezige bloemen
Vlinderbloemenfamilie(type
4) met klapstoelmechanisme(VL-I), b.v. Honingklaver(Melilotus)
De bloemen
v/d vlinderbloemenfamilie zijn gemakkelijk te herkennen. De kelkbladeren zijn
vergroeid tot een kelkbuis. De kroon bestaat uit vier(eigenlijk vijf) typische
kroonbladeren: de opstaande vlag, twee zijblaadjes(zwaarden) en
de gootvormige kiel, gevormd uit twee aaneengroeiende kroonbladeren. De
vlinderbloemenfamilie behoort met haar tweezijdig symmetrische bloemen tot de
groep van gespecialiseerde insektenbloeiers. De bloemen van elke soort zijn
zodanig gebouwd dat ze slechts door een of door enkele soorten insekten kunnen
worden bestoven. Het stuifmeel wordt in de regel op de onderzijde van
het insekt afgezet(type 4). Binnen de vlinderbloemenfamilie bestaan
verschillende bestuivingsmechanismen. Het eenvoudigste vinden we terug bij de
honingklaver-soorten: het klapstoelmechanisme(VL-I). Stamper en
meeldraden zitten opgesloten in de kiel. Als een insekt op de bloem landt,
wijken beide zwaarden uiteen en klapt de kiel omlaag. Stamper en (grotendeels
vergroeide) meeldraden blijven echter rechtuit steken, en raken alzo het
insektenlijf aan. De lange stamper doet dit het eerst, waardoor deze stuifmeel
dat van een andere bloem afkomstig is kan opnemen; nadien zetten de kortere
meeldraden hun stuifmeel af. Na insektenbezoek, springen zwaarden en kiel weer
in hun oorspronkelijke stand terug.
Helmkruidfamilie
5 6-9 H -
Het
Vlasbekje behoort tot die soorten van de Helmkruidenfamilie die een
gelijkaardig bestuivings-mechanisme hebben als de Lipbloemenfamilie (type 5).
Bij die soorten van de Helmkruidenfamilie is de ingang v/d bloem evenwel
afgesloten door een welving van de onderlip. Alleen krachtige en
gespecialiseerde bestuivers kunnen zich naar binnen werken: bijen en hommels.
Bovendien bevindt de nectar zich in de lange spoor aan het uiteinde v/d
kroonbuis, zodat enkel langtongige soorten hem kunnen bereiken. Korttongige
hommels bijten echter een gaatje in de spoor, zodat ze aan de nectar kunnen
zonder de bloem te bestuiven; een soort van ‘diefstal met inbraak’ …
Wilgeroosje
Epilobium angustifolium
Teunisbloemenfamilie
Een
bloemen- en insektentuin zonder distels is eigenlijk ondenkbaar. Distels
behoren tot de composietenfamilie. Hun ‘bloemen’ bestaan in feite uit
tientallen kleine buisbloempjes. Ze bloeien langdurig en scheiden daarbij veel
nectar af. Toch staan in de Bijentuin weinig distels. Dit komt omdat bij wet
het in bloei en zaad laten komen van Akkerdistel, Kruldistel en Speerdistel
verboden is(Kale jonker = beschermd?). Dit verbod is algemeen en geldt dus ook
in natuurreservaten, heemtuinen, e.d. Door de moderne landbouwtechnieken is
deze regelgeving volkomen achterhaald en zelfs schadelijk voor natuur en
milieu! De distelbestrijdingsplicht vormt immers in vele gevallen het excuus om
herbiciden te kunnen inzetten. De wet is nu al enigszins aangepast(cfr Kale
jonker).