Paphiopedilum

Paphiopedilum foto's

Voorkomen
De botanische soorten komen voor in de jungles van het Verre Oosten en Indonesië.  Ze groeien hoofdzakelijk in de humuslaag van het woud en soms op stenen.   Je vindt ze echter zelden in bomen.  Paphiopedilums, ook wel eens venusschoentjes genoemd, groeien in bladrozetten en elk rozet bloeit slechts één keer.

Cultuur
Deze orchidee is gemakkelijk te kweken in de huiskamer.  Er bestaan twee soorten, de gevlektbladigen en de soorten met effen groen blad.

De gevlektbladigen hebben niet zoveel licht nodig, ze kunnen zelfs lichte schaduw verdragen.  Bij teveel licht ontstaan vaak kleinere scheuten en zijn er minder bladeren die nu en dan gebleekte vlekken vertonen.

De dagtemperaturen van de planten liggen tussen 24 en 29°C, 's nachts zijn ze tevreden met temperaturen tussen 15 en 18°C.  Door het temperatuurverschil tussen dag en nacht, wordt de bloei gestimuleerd en de planten voelen zich ook veel beter in hun sas.
De ruimte waarin de orchideeën zich bevinden moet goed geventileerd zijn, maar tocht moet je zeker vermijden.  Zo voorkom je veel ziekten.

De Paphiopedilums houden van een luchtig potmengsel dat altijd gelijkmatig vochtig gehouden wordt.   Dit betekend dat je één of twee keer per week water geeft, in de zomer soms nog meer.  Ze hebben zeer weinig meststoffen nodig.  In tegenstelling met wat in tips vermeld staat, raad ik aan om slechts één vierde van de hoeveelheid meststof te gebruiken die op de fles aangegeven staat.  Bemest je teveel dan mag je de bloei wellicht vergeten!

Groenbladige Paphiopedilums hebben meer licht nodig dan hun gevlekte soortgenoten.
De temperaturen overdag moeten onder de 26°C liggen en 's nachts is 12°C voldoende.  Ideaal zijn temperaturen rond 16°C in het vroege najaar, dit bevordert de vorming van bloemknoppen.
Hetzelfde schema van de gevlektbladigen mag gebruikt worden voor wat betreft het water geven en de bemesting.

De meeste planten worden tegenwoordig in plastic potten geplant, maar voor Paphiopedilums zou ik de voorkeur geven aan stenen potten daar hun wortels graag wat koeler staan.  Het oppotmateriaal bestaat meestal uit bark met een pH van 6 tot 7.  Zorg er bij het verplanten voor dat de voet van de plant onder het oppotmateriaal zit, anders stopt de wortelgroei.   Wordt je plant te groot, dan kan je ze gemakkelijk in stukken van twee of drie planten verdelen.  Voorkom beschadiging van de wortels.