DR. JOZEF VAN DEN HEUVEL[1]

Nevele 15-8-1889
Antwerpen 25-12-1966

door Johan Taeldeman

Op Kerstmis 1996 overleed te Antwerpen Dr. Jozef Van den Heuvel. Alhoewel hij te Nevele geboren werd en er het grootste deel van zijn jeugd doorbracht, zal deze naam de meeste inwoners van Nevele weinig of niets zeggen. Vooral over het verdienstelijke werk dat Van den Heuvel voor de studie van de Vlaamse streektalen verricht heeft, is de meeste bewoners van zijn geboortestreek ongetwijfeld weinig bekend. Een beknopte bijdrage over zijn leven en zijn werkzaamheden in het domein van de dialectologie past m.i. dan ook uitstekend in dit tijdschrift.

Jozef Lodewijk Maria Van den Heuvel werd te Nevele geboren op 15 augustus 1889. Zijn vader, Michel Van den Heuvel, was afkomstig van Beersel (Brabant) en had zich als architect te Nevele gevestigd. Zijn moeder, Sylvie Steyaert, was een Brugse. Hij bezocht eerst de gemeenteschool te Nevele, begon daarna zijn humaniora in het College te Tielt en voltooide ze aan het Sint-Lievenscollege te Gent. In 1907 ging hij Germaanse filologie studeren te Leuven. Alhoewel hij in 1909 ingelijfd werd bij de toenmalige "compagnie universitaire" van het Belgisch leger, kon hij zijn studies verderzetten. Hij promoveerde in 1912 tot doctor in de letteren en wijsbegeerte met een studie over "De topographische grens tussen het Oost- en Westvlaamsch (noordelijk deel).

Zijn eerste wetenschappelijke prestatie had hij echter reeds twee jaar vroeger verwezenlijkt. In 1910 had hij, samen met E.Brou uit Lauwe, een prijsvraag beantwoord die reeds in 1907 door de Koninklijke Vlaamse Academie uitgeschreven was over "De topographische grens tussen het West- en Oostvlaamsch Dialect". In de Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Akademie van 1907, blz. 592, vernemen wij dat de prijs aan deze wedstrijd verbonden "400 F. of een gouden gedenkpenning van gelijke waarde" bedroeg. Het antwoord van Brou en Van den Heuvel - het enige trouwens - kwam binnen op 31 december 1910 onder de kenspreuk "Waar een wil is, is een weg". In de Verslagen en Mededelingen van mei 1911, blz. 361-365, verschenen de verslagen van de keurraad[2] en in die van juni 1911 werd voorgesteld het werk te bekronen: "De drie heeren verslaggevers stellen voor, dat dit werk zou bekroond worden, op voorwaarde evenwel, dat het ten genoege van de Jury nog eenigszins worde aangevuld, dat Schrijver zijne taal herzie en dat flandricismen en germanismen er uit geweerd worden".[3] De Akademie sloot zich bij dat voorstel aan, maar stelde de publicatie van het bekroonde antwoord nog enigszins uit.[4]

Wat nadien met het werk van E. Brou en J. Van den Heuvel gebeurd is, mag een "duistere geschiedenis" worden genoemd. De bekroonde studie is in alle geval nooit gepubliceerd. Hebben de auteurs hun werk niet aangevuld en herzien, of had de Vlaamse Akademie tijdelijk met financiële moeilijkheden te kampen? Nergens heb ik hierover meer inlichtingen kunnen verkrijgen. Toen ik voor enkele jaren het manuscript wou raadplegen in het archief van de Vlaamse Akademie te Gent, bleek ook dat verdwenen te zijn! Gelukkig heeft Prof. W. Pee in de jaren dertig dat handschrift nog gelezen en samengevat en de kaarten gekopieerd. Samen met het uitstekend verslag van W. De Vreese zijn zij thans de enige bronnen over de studie van Brou en Van den Heuvel. Ze zijn echter ruim voldoende om ons met zekerheid te laten besluiten dat die studie nu, zestig jaar later, nauwelijks verbeterd kan worden. In 1965-66 heb ik het werk van J. Van den Heuvel nog eens overgedaan; mijn resultaten weken slechts op een paar details af van die van hem.

In augustus 1914 breekt dan de eerste wereldoorlog uit en J.Van den Heuvel wordt ingezet bij de verdediging van Namen. Hij wordt er echter gevangen genomen en komt in het krijgsgevangenenkamp van Göttingen terecht. Daar wordt hij "ontdekt" door Prof. Dr. Th. Frings, die toen neerlandistiek doceerde te Bonne en van plan was bij de Vlamingen in de Duitse concentratiekampen Zuid-Nederlandse dialecten te gaan opnemen en bestuderen. Prof. Frings verneemt dat Van den Heuvel taalkundig en fonetisch geschoold is en nodigt hem uit aan het project mee te werken. Over die samenwerking licht prof. Frings ons vrij uitvoering in in 1921, wanneer hij die opgenomen dialectteksten publiceert onder de titel Die süd-niederländischen Mundarten - Texte, Untersuchungen, Karten, Teil I: Texte". In de inleiding tot dat werk heeft hij het o.a. over de uitstekende en trouwe hulp van J. Van den Heuvel en over de wederzijdse genegenheid die na enkele maanden stevige vriendschappen is geworden. Prof. Frings slaagt er zelfs in Van den Heuvel in zijn huis te Bonn op te nemen en hem een betrekking te bezorgen aan de universiteit van Marburg. Het einde van de oorlog zal hun wegen echter uit elkaar doen gaan.

Van den Heuvel komt terug naar Vlaanderen, wordt er beschuldigd van activisme in Duitsland, maar gelukkig vrijgesproken. Hij is echter diep ontgoocheld over de gang van zaken en keert de wetenschappelijke carrière de rug toe. Na allerlei strubbelingen komt Dr. J. Van den Heuvel in het onderwijs terecht, o.a. te Deurne, Koekelberg, Mechelen en Antwerpen. In deze laatste stad is hij op Kerstmis 1966 overleden.

We mogen wel degelijk betreuren dat J. Van den Heuvel's wetenschappelijke loopbaan vooral door politieke omstandigheden zo vroeg ten einde kwam. Dat de aanvang ervan nochtans rijke beloften inhield, getuigt Fring's laatste paragraaf uit de inleiding (anno 1921) van het hierboven vermelde werk: "Freund Van den Heuvel weiss nicht, dass die Arbeit, die ihm über manche leidvolle Stunde hinweggeholfen hat, gedruckt ist. Seit dem Ausgang des Krieges sind wir getrennt und ohne Verbindung. Seines wertvollen Beistandes habe ich während der Drucklegung entbehrt. Sollte ihn das Buch zufällig erreichen, so sei es ihm ein herzlicher Gruss".

[1]Heel wat gegevens voor deze bijdrage putte ik uit het gelijknamig artikel dat Prof. Dr. W. PEE aan J. VAN DEN HEUVEL wijdde in Taal en Tongval, XX (1967), blz. 7-14.

[2]Deze keurraad was samenbesteld uit Prof. Dr. Willem De Vreese (professor Middelnederlandse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit te Gent), Amaat Joos ("bestuurder" van de Normaalschool te Sint-Niklaas en auteur van het "Waasch Idioticon") en Frank Lateur (Stijn Streuvels).

[3]Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Akademie, 1911, blz. 396.

[4]Ibid., blz. 397: "Naar luid van de genomen beslissing zullen die heeren verzocht worden aan de aan- en opmerkingen, door de heeren keurders gemaakt, alle gewenschte gevolg te willen geven. Hun werk zal alleen ter perse mogen gaan, nadat het, herzien en aangevuld, door de heeren leden van de Jury bepaald zal zijn goedgekeurd."