Onzinnige   verhalen

Dikkie Dik jat autoradio

Een nieuw avontuur van ... Dikkie Dik

Inderdaad kindertjes, kom er gezellig bij zitten. Kijk eens wat we hier hebben, het grote boek van Dikkie Dik. En vandaag ... is Dikkie Dik het beu! Hij loopt over straat en verveelt zich de tering. En kijk eens! Wat ziet ie daar? Een hele grote dikke BMW uit de 7-serie. Hij loopt er op af en hij kijkt door het raampje. En wat ziet ie? Een radio. Maar wat zit er in die radio? Een cd-speler! Die zou Dikkie Dik graag willen hebben zeg, zouden jullie niet zo'n cd-speler willen hebben? Nou, Dikkie Dik ook. Kijke wat ie doet...

Hij pakt een grote hamer en slaat dwars door de ruit heen ... en meteen begint het alarm van de auto te loeien. En hij begint te rukken en te trekken maar oepserdepoeps, wat komt daar aan gelopen? De ... politie. Maar ... maar gelukkig heeft Dikkie Dik net op tijd de radio te pakken ... en hij zet het 'm op een lopen. En hij gaat een heel klein steegje binnen. Maar floeps, ... hij heeft zichzelf in het nauw gedreven. En wat zal d'r gebeuren denken jullie? Kijke wat ie doet...

Hij pakt z'n Magnum 2.1 half-automatisch ... en schiet die agent dwars door z'n sodemieter. En wat is er met die agent denken jullie? ... Die is harstikke dood! En eindelijk kan Dikkie Dik met een gerust hart naar huis. Met de radio. ... En thuisgekomen gaat ie lekker languit op die grote sofa liggen en zet een hele gezellige dikke grote ... spuit heroine in z'n pootje. Nou dat was nou een spannend avontuur van Dikkie Dik. Zeg maar dag Dikkie Dik, tot de volgende keer.

Daaaaag!

De gelukskikker

Een man neemt een dag vrij en besluit te gaan golfen. Hij is bij de tweede hole als hij een kikker naast de green ziet zitten. Hij denkt er niet over na en staat op het punt te slaan als hij hoort: "Kwaak... negen ijzer" De man kijkt rond en ziet niemand. "Kwaak... negen ijzer" Hij kijkt naar de kikker en besluit te bewijzen dat de kikker ongelijk heeft. Hij steekt zijn andere club weg en neemt een negen ijzer. Bam! Hij slaat raak. De man is geschokt. Hij zegt tegen de kikker: "Jij bent zeker een gelukskikker, he?" De kikker antwoordt: "Kwaak..... Gelukskikker"

De man besluit hem mee te nemen naar het volgende hole. "Wat denk je kikker?" vraagt de man. "Kwaak... drie hout" De kerel neemt een drie hout en Bam! Hole in one. De man is verbijsterd en weet niet wat te zeggen. Aan het einde van de dag heeft man het beste potje golf in zijn leven gespeeld en vraagt aan de kikker: "Oke, waar gaan we nu naartoe?" De kikker antwoord: "Kwaak...Las Vegas." Ze gaan naar Las Vegas en de kerel vraagt: "Oke kikker, wat nu?" De kikker zegt, "Kwaak....$3000, zwart 6" Het is een kans van een op miljoen dat de man dit wint, maar na het partijtje golf denkt de man, wat maakt het ook uit. Bam! Bakken geld komen teruggeschoven over de tafel.

De man neemt zijn winst, lost er zijn schulden van een mislukte grondspeculatie mee af en vraagt aan de kikker: "Oke, waar gaan we nu naartoe?" De kikker antwoord "Kwaak....Washington." Ze gaan naar Washington en de man vraagt "Oke kikker, wat nu?" De kikker zegt, "Kwaak... Run for President." Die kans is nog veel kleiner dan een op miljoen, maar de man doet het, en het lukt.

De man zit al jaren in het Ovalen Kantoor voordat hij aan de kikker vraagt: "Kikker, ik weet niet hoe ik je terug moet betalen. Je hebt al dat geld voor me gewonnen en me aan een goede baan geholpen; ik ben je eeuwig dankbaar." De kikker antwoordt: "Kwaak....Laat mij je k....kussen." De man denkt, waarom niet, omdat die kikker zoveel voor hem heeft verdient doet hij het. Met een kus verandert de kikker in een knappe 20 jaar oude meid.

"En dat, Mr Starr, is hoe het meisje in mijn kamer kwam"

Het verhaal van Hash en Wietje

Er leefde eens een arme houthakker die Parihuana heette. Hij had een hele bazige vrouw, Marihuana genaamd. Ze hadden twee kinderen en die waren Hash en Wietje gedoped. Wietje speelde met haar babituraatjes en Hash speelde met Stuffie, zijn hondje en met zijn kat Morfientje. Marihuana zei: "We moeten iets doen.". Parihuana snoof eens diep, maar wist niets te zeggen. Ze hadden namelijk niets meer te eten. Marihuana bedacht een boos plan. Ze zouden met z'n vieren een tripje gaan maken in het bos en daar zouden ze Hash en Wietje achterlaten. Maar de slimme Hash had alles gehoord en stak een mesje in zijn broekzak.

De volgende dag gingen ze een tripje maken in het bos waar de wind door de bomen blowde die zo high waren. 's Middags deden Hash en Wietje een dutje en hun ouders gingen er stilletjes vandoor. Hash had echter met zijn mes lijntjes getrokken in de sneeuw. Zo konden ze gemakkelijk de weg naar het dorp terugvinden. Daar aangekomen durfden ze niet naar huis, dus gingen ze naar Opium en Omium. Die zaten vredig op een canabee naar de LSD-speler te luisteren waar juist de hit klonk:

Altijd rookt Kortjakje wiet, midden in de week, maar 's zondags niet.

's Zondags rookt zij heroïne, met een snuifje cocaïne.

Altijd rookt Kortjakje wiet, midden in de week, maar 's zondags niet.

Toen Opium en omium de kinderen zagen, begroetten ze hen uitbundig. "High!", riepen Opium en Omium. "High!", riepen Hash en Wietje. Ze kregen elk een cracker aangeboden. "Hebben jullie nog honger?", vroeg Opium. "Jaaa!", riepen Hash en Wietje, "laten we gaan chinezen". "Goed", zei Omium. "Ik coke wel."

De volgende dag werden Hash en Wietje weer naar huis gebracht. Parihuana was blij, maar Marihuana niet. Toen ze later weer een tripje gingen maken in het bos, lette Marihuana extra goed op Hash, zodat hij geen kans zag lijntjes te trekken. Toen ze weer alleen achterbleven waren ze echt verdwaald. Maar toen zagen ze een vogeltje dat floot: "Wiedewiedewiet". Ze volgden het vogeltje en ze kwamen bij een huisje dat helemaal van coke gemaakt was. Zoveel coke hadden ze nog nooit bij elkaar gezien. Ze begonnen meteen te snuiven, maar terwijl ze zo heerlijk snoven, werden ze bespeed door de boze H-XTC, die in het huisje woonde.

Ze hoorden een kraakstem: "Sniffel, snaffel, snuifje, wie snuift er aan mijn huisje?" "Het is de wind, de wind, het highe kind", riepen Hash en Wietje in koor. Dit herhaalde zich een paar maal. Maar toen kreeg de H-XTC argwaan en ze kwam naar buiten en zei met een lief stemmetje: "Kom maar mee naar binnen, daar heb ik lekkere spacecake voor jullie". Maar eigenlijk had de boze H-XTC maar al te veel zin in Hash en Wietje. Na een tijdje zaten Hash en Wietje helemaal stoned en uitgeteld bij de H-XTC aan tafel.

Nu wilde de H-XTC Wietje gaan drogen in haar drooghok en Hash samenpersen in haar persijzer om hem vervolgens in blokjes te snijden. Nu konden ze niet meer ontkomen. "Hennep!", riep Hash. "Hennep!", riep Wietje. Ze waren bang om opgerookt te worden. Wietje moest gaan kijken of de kolen in het drooghok al heet genoeg waren. Ze zei tegen de H-XTC dat ze het niet goed kon zien. De H-XTC ging zelf gaan kijken en wietje duwde de H-XTC in het drooghok en deed de deur dicht. De H-XTC begon te schreeuwen: "Hennep!". Al gauw bleef er niet veel meer over dan een sissend hoopje blubber. Wietje haalde Hash en ze waren blij. Ze doorzochten het huisje en namen zo veel drugs mee als ze maar konden dragen. Hun zakken puilden uit van de heroïne, morfine, methadon, hash, wiet, coke en vooral XTC.

Ze staken het huisje achter zich in brand. Crack zei het huisje.

Ze gingen met speed naar huis. Het Wiedewiedewiet-vogeltje wees hen de weg. Onderweg kwamen ze nog Rookkapje en Sneeuwwietje tegen. Toen ze thuis kwamen, was Parihuana heel blij.

Marihuana was dood en ze leefden samen nog high en gelukkig.

 

INNENLAND-

3de eeuw voor Christus

 

PYROMAAN ACTIEF IN ROME

Van onze brandweerman

ROME, GISTERENAVOND- Van veraf was de vuurgloed te zien toen een klein Grieks restaurant tot de grond toe afbrandde gisteravond. De brandweer was helaas te laat aanwezig om het vuur te kunnen blussen. Bovendien bestaat de brandweer de komende eeuwen nog helemaal niet, dus zelfs al waren ze op tijd geweest, dan nog zouden ze niet veel gedaan kunnen hebben om het restaurantje van de ondergang te redden. Beteuterd keken ze dus toe hoe het zoveelste bouwwerk in de stad Rome door de anonieme pyromaan die de laatste tijd actief is in de stad met de grond gelijk werd gemaakt.

Keizer Lucius Domitius Nero beloofde vanochtend op een haastig georganiseerde persconferentie er alles aan te doen om de seriële brandstichter te pakken te krijgen. Hij zei het speciaal te betreuren dat ditmaal een stukje Griekse cultuur het slachtoffer is geworden van de pyromaan, want, zoals hij zei: "Iedereen weet immers hoe graag ik een op de Griekse cultuur georienteerde culturele revolutie in Rome wil !" Hij reageerde al flink woedend toen enkele geruchten uit het publiek opklonken dat die hele culturele revolutie niets anders was dan een dekmantel voor Nero's seksuele uitspattingen. Helemaal witheet werd hij toen er ook nog eens andere geruchten opklonken, namelijk dat Nero zelf de pyromaan zou zijn. De vermoedelijke verspreiders van het gerucht zijn opgepakt en zijn vanavond te zien in een speciale show in het Collosseum. De kaartverkoop begint vanmiddag om XV:00 uur. De politie onderzoekt trouwens of de pyromaan ook de vulkaan Pompeii aangestoken zou kunnen hebben. Uiteraard houden wij U op de hoogte.

 

VóóR DOPING

Vol ontzetting heb ik de afgelopen zomer moeten toezien wat er met mijn wielrennen gebeurde. Renners in de gevangenis, ondergedoken in het peloton vluchtend naar Zwitserland, recht van de meet naar het politiebureau... het was alsof ik een geliefde zag, naakt de straat opgejaagd en bekogeld met rot fruit door volk dat haar niet kende.
    Het ergste vond ik dat het publiek het recht meende te hebben gekregen om, zonder te weten wat het kost om een etappe uit te rijden, de renners als bedriegers te zien, en te denken dat iedereen die een TVM-auto vol doping leeg zou snuiven met Pantani en Ulrich mee de berg zou opkunnen.
    Het meest sprekend werd deze houding onder woorden gebracht in een ingezonden brief in de Volkskrant van een jongen die ongeveer schreef: Ik kan heel hard fietsen, en in clubwedstrijden eindigde ik altijd vooraan, maar in de officiële wedstrijden lukte het mij maar niet om prijs te rijden. Toen ik naar de dokter ging om te vragen hoe dat nu toch zou kunnen komen, zei die: Ja joh, je moet gewoon doping gaan gebruiken, anders lukt het nooit. Nou, daar zakte mijn broek helemaal van af, en ik ben meteen met wielrennen gestopt.
    Er zijn een paar mogelijkheden.
    De eerste is dat deze dokter zijn vak niet kent. Ik, op mijn dertigste begonnen, en niet uitzonderlijk begaafd, heb desondanks zomers lang, soms avond aan avond, temidden van de toekomstige kampioenen, criteriums van 100 kilometer volbracht, en daarbij regelmatig prijs gereden, zonder doping te gebruiken.
    De tweede, meer voor de hand liggende mogelijkheid, is dat die dokter een grapje maakte, en dat die jongen dat niet doorhad.
    Ach man, we kenden jouw soort maar al te goed. Hardfietsers zoals jij, die dachten alleen om dat hardfietsen wielrenner te mogen heten, en die bij clubwedstrijdjes wel eens zesde werden, maar die in de echte wedstrijden de leepheid, de hardheid, het gogme, de techniek misten om prijs te rijden - weet je hoe we jullie noemden? Pannenkoeken, omdat jullie er nooit iets van zouden kunnen, omdat we jullie in de eerste ronden wel eens voor ons zagen, hard fietsend, maar nooit in de finale. Ik haat jullie, omdat jullie op gezag van een stelletje Franse dopingmaniakken onze mooie sport, waar jullie niets van snappen, belasteren en naar beneden halen.

Al dertig jaar geleden, in Sport & Sportwereld, heb ik geschreven heb dat doping natuurlijk vrij moet zijn. Toen ik begin jaren '80 een column over wielrennen in NRC/Handelsblad schreef heb ik ook daar diverse keren een stuk van die strekking ingeleverd, altijd met als kopsuggestie 'Vóór doping'. Die stukken kwamen er in maar, hoewel mijn kop-suggesties anders altijd gebruikt werden, die kop nooit. Verder dan 'Doping moet kunnen' heeft de redaktie nooit willen gaan.
    Die stukjes heb ik later voor mijn boek '43 Wielerverhalen' gecompileerd tot één verhaal met als kop:Jerry cotton en het Doping Mysterie. Ik heb het na deze Tour herlezen, en ik stond er nog steeds achter. Net als achter een ander NRC-stukje dat los in '43 Wielerverhalen' terecht is gekomen, 'Steak Cauberg'.

                                     

 

 

 

__________________________________________________