OP WEG NAAR SANTIAGO DE COMPOSTELA

Auteur : Vic Everaet :

Wat bezielt mensen dat ze sinds de Middeleeuwen met honderdduizenden naar Santiago de Compostela trekken ? Iedereen hoopte met het herkenningsteken, de St.-Jacobsschelp ooit terug te keren van deze lange tocht. Voor de ene was het om een gunst af te smeken of een religieus motief, voor de anderen een boetedoening na een misdaad, of het kennismaken met andere culturen of gewoon de zucht naar het avontuur.

In de Middeleeuwen sprak men van drie soorten pelgrims. zij die de bedevaart ondernamen uit vroomheid. Zij die de tocht als boete en/of straf kregen. En zij die wilden begraven worden in heilige grond.

Allen hadden één gemeenschappelijk doel, waarvoor soms jaren offers werden gebracht : het graf van St.-Jacobus.

Hedendaags is het nog een mengeling van deze motieven, alhoewel het religieus aspect duidelijk de overhand heeft.

Of misschien ligt het antwoord in de getuigenis van die man die met mij op 9 juli in Roncesvalles, het begin van de Camino, de bedevaartmis bijwoonde.

"Iedereen heeft zo zijn eigen motieven", zei hij. "Ik heb de mijne, gij de uwe. Ge moogt de mijne gerust kennen. Ik heb vorig jaar ook de Camino gedaan. Dit jaar doe ik hem terug. Mijn vrouw is alcolieker. Ofwel scheid ik ervan, ofwel blijf ik er bij. Ik kom hier op de Camino de mentale kracht zoeken om bij haar te blijven en haar te helpen..."

Ik zag die man nooit terug. Hij begon aan een voettocht, 800 km ver, die hem na ongeveer 30 dagen in Santiago zou brengen.

Wie is Jacobus ?

Tussen de twaalf apostelen waren er twee met de naam Jacobus. Het gaat hier om Jacobus de Meerdere, broer van Johannes de Evangelist. Hij was visser van beroep. Gedurende zeven jaar predikte Jacobus in Spanje. Bij zijn terugkeer in Jeruzalem, werd hij door Koning Herodus gevangen gezet, mishandeld em met het zwaard onthoofd.

Door leerlingen van Jacobus werd het lijk opgehaald, en in een boot gelegd. Door een engel geleid voer deze schuit naar Spanje, waar deze strandde in Padron op twintig kilometer van santiago de Compostela. Daar werd het lichaam begraven in een stenen doodskist, een sarcofaag.

Eeuwen later, in 813, verschijnt er een engel aan de kluizenaar Pelagius, die hem vertelt dat Jacobus in een bos in de buurt begraven ligt. Het graf werd gevonden en Koning Alfonso II liet op de graftombe een kapel bouwen. Zo onstond stilaan een stad met de huidige kathedraal.

Bedevaarten

In 951 gaat Godescale, Bisschop van le Puy, op bedvaart naar Compostela, maar de pelgrimsrage zal in de 11e tot de 13e eeuw massale vormen aannemen.
Voor de eenvoudige middeleeuwse pelgrim was het niet gemakkelijk de juiste weg naar zijn einddoel te vinden. Op een wegenkaart moest hij niet rekenen, en eens buiten zijn eigen land was taalcommmunicatie ook onmogelijk. Gevaren lang de weg blijven echter bestaan. vroeger waren het rovers. Vandaag is het moordend autoverkeer een permanent gevaar voor de pelgrim. De voetgangers hebben dikwijls eigen rustige wegen, maar de fietsers zijn ongenadig overgeleverd aan de druk van het autoverkeer. Zowel in Frankrijk als Spanje zijn de wegen heel goed, maar fietspaden kent men er niet.

Het onderdak voor de pelgrim

Logies vinden voor de nacht was voor de middeleeuwse pelgrim een ganse opgave.
Huizen waar ze welkom waren hadden als erkenningsteken een schelp op de gevel. Langs de Camino vond de behoeftige pelgrim onderdak in gasthuizen. Bij goed weer had hij recht op één nacht gratis verblijf. Tijdens de wintermaanden en op moeilijke plaatsen zoals bergpassen mocht hij er drie tot vijf dagen verblijven.

Wij verbleven tijdens onze tocht in kleine pensionnetjes of hotels, bij particulieren of langs de Camino in refuges (speciale verblijven voor pelgrims).

In Auneuil, in het Noorden van Frankrijk, zocht ik de tweede avond vruchteloos naar een overnachting omdat een "Chambre d'Hôte" onvoorzien gesloten was. Bij een bakker zocht ik rond 19.00 uur hulp voor de oplossing van mijn probleem.

De man deed alle mogelijke pogingen om mij te helpen. Telefoon naar de pastoor, naar de secretaris, naar een nabijgelegen toeristische dienst... Zeker tien telefoons. Tot er toevallig een gepensioneerde vrouw met haar man bij de bakker kwam. Toen ze hoorden dat ik pelgrim naar Santiago was, nodigde ze me onmiddellijk uit om bij hen de nacht door te brengen. Ik mocht aanzitten aan een rijke tafel met twee flessen cider. Nadien keek ik er nog naar België - Duitsland. Toen ik 's anderendaags na het ontbijt vroeg wat mijn kosten waren, zei de vrouw : "Doe voor ons een gebed in Santiago". Ik was de familie en Jacobus erg dankbaar.

In de Middeleeuwen gingen de religieuze orden zich meer en meer bekommeren om het lot van de bedevaarders. De Orde van Santiago was een militair-religieuze orde. Zij trachtte o.a. de weg vrij te houden van rovers en valse pelgrims. Op haar vlag prijkte het St.-Jacobskruis, een zwaard waarvan het gevest versierd was met bloemvormige elementen.

In steden over heel Europa ontstonden Broederschappen die de pelgrims in spe bijstonden met de voorbereiding van hun reis. Ex-pelgrims verschaften inlichtingen over hun tocht. De broederschap steunde eventueel ook de achtergebleven familie.

Ook vandaag bestaat een broederschap in Vlaanderen : het Vlaams Genootschap van Santiago de Compostela. Ik ben er lid van. In het voorjaar volgde ik er, samen met Johan Van Wiele, een studiedag als voorbereiding op mijn tocht. Ik kreeg er een speciaal attest, in 't Frans en in 't Spaans, waarin gesteld werd dat ik als pelgrim tijdens de maand juli met de fiets de pelgrimstocht naar Santiago de Compostela zou maken. Aan religieuze instellingen en personen wordt hierin gevraagd de pelgrim op zijn tocht te helpen en zo nodig bij te staan.
Ik ontmoette in Spanje twee Westvlaamse humaniorastudenten(18), die met de fiets de tocht deden en die de aanbevelingen in de praktijk hebben omgezet. Elke avond gingen ze bij een pastoor om overnachting vragen. En het lukte wonderwel.

Het attest van de pastoor was vroeger het enig echte bewijs om de echte pelgrim van de valse te onderscheiden. Op de lange duur kreeg zelf de goede pelgrim de naam van vagebond. Dat horen we in een oud spotdicht :

"Vertrouw geen pelgrim met een baard
Die met een schooikroes geld vergaart,
Al bedelend langs de wegen sjokt
En met een deerne samenhokt"

De Franse Pelgrimsweg of de "Camino Francés".

De echte Spaanse Camino - Puenta la Reine - San Domingo de la Calzada - Burgos - Astorga en Fromista - De echte Camino - El Cebreiro - Santiago de Compostela