OP WEG NAAR SANTIAGO DE COMPOSTELA
| Auteur : Vic Everaet : |
De echte Spaanse Camino
Bij de vele documentatie die ik rond Santiago de Compostela verzamelde, vond ik ook een doodsprentje
van een vroegere tochtgenoot. De woorden op het prentje staan in Najera op een muur geschilderd :
"Pelgrim, wie roept jou ? Welke verborgen kracht trekt je aan ? Hoe ver de tocht ook gaat, inwaarts moet hij gaan tot het
licht van de bron een raaklijn wordt met het licht van de zon, dan moet het verder gaan".
De tocht gaat verder, opgeven of doorgaan ? Soms is fietsen een feest, dan weer een avontuur. Elke mens zou moeten leren alleen te zijn...
Daarom lieten we onze twee fietscollega's bij het begin van de Camino in Spanje verder rijden. We
waren de tocht alleen gestart en de echte Camino in Spanje wilden we ook alleen veroveren, alleen met onszelf en met de wisselende natuurelementen.
Vanuit Saint-Jean-Pied-de-Port staken we de Pyreneeën over. In de mist bewonderden we boven een kapel, gebouwd ter ere van Roeland, een pelgrimskruis en een monument.
Hier zou Karel de Grote de berg zijn overgetrokken. Het is een eeuwenoude traditie dat achter
de kapel door de pelgrims een zelfgemaakt kruis wordt gepland. We hielden die traditie in ere.
Na de afdaling komen we in Roncesvalles, dat bestaat uit een Augustijnerklooster en enkele bijgebouwen.
Hier liet ik mijn twee metgezellen verder rijden en ontmoette ik 's anderendaags de families Moerenhout en De Ridder eveneens op weg langsheen de Camino.
Verder fietsend maakte ik een wijdse boog om Pamplona. De "Pamplonafeesten" van 10 tot 15 juli met de stierenloop in de straten en de stierengevechten hadden me doen besluiten
om de drukte van de stad te mijden. Een goede beslissing, zo bleek later.
Puenta la Reine
Puenta la Reine is na Roncesvalles het eerste belangrijk verzamelpunt voor de pelgrims. Vanaf hier ontmoeten we ze regelmatig,
de voetgangers en de fietsers op pelgrimstocht naar Santiago.
Puenta la Reine, speciaal gekend om zijn eeuwenoude brug, speciaal aangelegd voor de pelgrims.
In de buurt van Najera komen we in een landschappelijk mooie streek, groene heuvels, echt boerenland. Tussendoor aloude kloosters, sober en streng van stijl.
Vele plaatsen zijn een bezoek meer dan waard, maar als eenzame fietser moet ge uw doel voor ogen hebben : aankomen in
Santiago de Compostela. Daarom dat we rond Logroño, hoofdstad van Rioja, beroemd om zijn wijnen, fietsten.
San Domingo de la Calzada.
Domingo was een monnik die aan de Oca-rivier zag hoe moeilijk de pelgrims het hadden om over de rivier te geraken.
Daarom bouwde hij een brug, verbeterde de wegen en zorgde voor een gasthuis. In dat gasthuis hebben wij overnacht.
Hij zorgde na zijn dood voor een spectaculair mirakel. Dat mirakel leverde Domingo de heiligheid op, een praalgraf en een kathedraal.
Burgos
Burgos is een grondig bezoek méér dan waard : de kathedraal en drie wondere beelden trekken de
aandacht. Hier keren we zeker nog eens terug. Na Burgos reed ik gedurende bijna twee dagen in een dor droog landschap.
Astorga en Fromista.
Het ontbreekt op de Camino niet aan doude kerken, kloosters, burchten en oeroude wegwijzers
die de sfeer van de vroegere pelgrimstochten oproepen.
In Astorga vinden we de overblijfselen van een 12e eeuwse klooster van San Anton. Het enige wat rest is een grote boog over de baan. Links ziet men de vroegere toegangspoort en rechts
twee nissen. Daarin legden de paters antonianen voedsel en drank voor de pelgrims.
In de omgeving van de kathedraal bemerkten we in een muur op ongeveer twee meter hoogte
een venstertje met staven ervoor. Vrouwen lieten zich inmetselen als boete. Ze leefden van hetgeen de pelgrims aanreikten. Ze baden de ganse dag.
We fietsten voorbij Castrojeriz, Fromista en Carrion de los Condos.
In Fromista waar ik overnachtte, bezocht ik de grondig gerestaureerde kerk. De Europese
gemeenschap heeft de Camino erkend als cultureel erfgoed. Met Europese subsidies werden op de Camino heel wat oude gebouwen vernieuwd en gerestaureerd. Dat was o.a. het geval in Fromista.
De echte Camino
Ik kreeg een stuk echte camino voorgeschoteld van Astorga naar Ponferrada over
Foncebadon. Een kronkelende bergweg voert langs verlaten dorpen. De top van de
bergpas (1500 m) wordt aangeduid door het Cruz de Fero (=het ijzeren kruis). Net zoals de middeleeuwse pelgrims gooide ik ook een steen op de hoop. Het was een mooie maar harde weg.
Op die hoogte had ik een mooi zicht met een onvergetelijke indruk. Die avond in
Villafranca was ik nog twee dagen van mijn einddoel : Santiago de Compostela.
El Cebreiro.
De rit over de laatste bergpas, de Cebreiro (1337 m), was de zwaarste van mijn achttiendaagse tocht. Gedurende een ganse voormiddag klimmen in mist en wolken.
Op de top waar het oude dorpje Cebreiro gevestigd is, ontwaarde ik in de mist geen enkel huis. Cebreiro is gekend om een mirakel dat er bij het begin van de 14e eeuw plaats vond.
Santiago de Compostela
Mijn laatste overnachting vond plaats in Portomarin, 100 km van Santiago. Vandaag zou ik Santiago zien, horen en voelen !
Mijn vreugde was onnoemelijk toen in het grote plein, de Plaza del Obradoire, voor de kathedraal opreed. Ik keek een wijle verbaast naar al dat grootse. Grandioos !
Ontroerend was het toen ik mijn vrouw, familie en vrienden ontdekte. Samen brachten we een bezoek aan de kathedraal. Ik legde mijn hand in de vijf glimmende holten die in de loop van de eeuw zijn ontstaan.
We bezochten de crypte met het zillveren schrijn waarin zich de resten van St.-Jacob bevinden. Ik zou de kathedraal meermaals bezoeken.
Het ongetwijfeld hoogtepunt was de feestdag van Sint-Jacob op maandag 25 juli met een processie, plechtige hoogmis en het breed zwaaiend 80 kg wegend wierookvat doorheen de kathedraal.
Het waren ogenblikken in mijn leven die ik nooit vergeet.