| De Duitse schlager | ![]() |
in Nederland en België |
|---|
JAMES LAST
| HOME | INLEIDING | DE PRÉHISTORIE | VAN A TOT Z | CONTACT |
°17.04.1929
James werd als Hans Last in de Duitse havenstad Bremen geboren als jongste van 5 kinderen. Als 9-jarige speelt hij al piano en op 14-jarige leeftijd trekt hij naar het conservatorium. Zijn lievelingsinstrument is de contrabas. Op 17-jarige leeftijd speelt hij met zijn oudere broers Robert (slagwerk) en Werner (trombone en accordeon) in het Tanz- und Unterhaltungsorchester van radio Bremen. 2 Jaar later ontstaat het Last-Becker ensemble, dat uit 6 personen bestaat, waarvan er 3 de naam Last dragen … In mijn geboortejaar 1950 wordt hij tot beste Duitse bassist verkozen. In 1955 komt hij bij het NDR-orkest in Hamburg en huwt hij met Waltraud, die hem later een dochter Rina en een zoon Ronald zou schenken. Deze laatste is momenteel klankingenieur bij het orkest en ook de manager van zijn vader. In 1956 maakt hij zijn eerste arrangementen, eerst voor de radio, daarna voor o.a. Freddy Quinn, Caterina Valente en Helmut Zacharias. Hij speelt trouwens ook bij het orkest Helmut Zacharias. In 1964 zet hij de stap naar een eigen carrière en tekent hij een platencontract bij Polydor, wat hen beide geen windeieren zou opleveren. In 1965 komt de eerste Non Stop Dancing LP op de markt, het begin van een lange reeks.. In 1966 breekt hij ook door als componist. « Games that lovers play » maakt hem wereldberoemd. In de USA alleen al wordt het in 27 verschillende versies uitgebracht. De bekendste is die van Connie Francis.
Zelf leerde ik Hans Last in 1966 kennen via de LP « Ännchen von Tharau bittet zum Tanz »: 28 swingende Volkslieder mit Chor und Orchester Hans Last. Nochthans waren er in 1965 als LP's uitgebracht onder James Last, nl. de eerste « Hammond à gogo » en de eerste « Non stop dancing '65 ». In 1966 volgden dan de eerste « Trumpet à gogo » en o.a. ook « Instrumentals forever », de eerste LP met een grotere bezetting, lees: strijkers. Ook de eerste « Classics up to Date » werd dat jaar uitgebracht en n.a.v. Kerstmis « Chrismas Dancing », bij ons later ook uitgebracht als « Vrolijk Kerstfeest met James Last ». Dat gebeurde wel meer, zo kocht ik in mijn studententijd « Fantastic Trumpet », de Franse (goedkopere) persing op Polydor, Privilège van « Trumpet à gogo ». In 1967 komen o.a. « Sax à gogo » uit en vooral « Games that lovers play », met daarop een weergaloze (instrumentale) versie van « This is my song ». In dat jaar komen ook de eerste compilatieLP's uit. In 1968 komen « Piano » en « Guitar à gogo » uit, met op « Piano à gogo » de originele( instrumentale) versie van « Lingering on », een eigen compositie van James Last, die bij ons zou belkend worden in de Engelse gezongen versie van Peter Law. Ook « Humba Humba à gogo » is van dat jaar met daarop de bekende scottish medley « Bummel Petrus -Immer an der Wand lang -Oh Susanna », dat bij ons grijs gedraaid werd op trouwfeesten, toen er daarvan nog veel waren ... Uit 1969 herinneren wij ons vooral 2 LP's, speciaal voor de Nederlandse markt gemaakt: « James Last op klompen » en « Onder moeders paraplu ». De eerste waren volksliedjes, de tweede kinderliedjes, beide in de typische James Last stijl. In 1971 komt de eerste « Polka Party » uit, alsook de eerste « In Concert ». Van 1972 onthouden we « Russland zwischen Tag und Nacht » en « Love must be the reason ». Deze laatste was de eerste in zijn genre, met gezongen nummers. Als ik me niet vergis zijn de vrouwenstemmen op de LP, die van Sue and Sunny, van de oorspronkelijke « Brotherhood of Man », toen ze nog van « United we stand » zongen. De bekendste LP's uit 1977 zijn « Western Party and Square Dance », waarvan vooral « Orange Blossom Special » als « de cowboydans » een hit was op bruiloften en « Russland Erinnerungen », met daarop « Der einsame Hirte » met George Zamfir op de planfluit. Het lied zou later ook bekend worden als « Het thema van de verlaten mijn ». « The rose of Tralee », met o.a. « Cockles and mussels » dateert uit 1983 en « James Last in Holland » uit 1987. In 1985 werd ook de laatste « Non stop Dancing » opgenomen. Alle LP's van James Last vermelden zou ons veel te ver brengen. Zelf bezit ik er een 50-tal en één CD, die met Richard Clayderman. In 1982 scoorde James Last een single-hit met « Biscaya ».
Wie alles over James Last wil weten moet naar de James Last Beneluxclub surfen. Daar vind je je alle info over hem en ook over de Duitsland-toernee van 2006 van deze levende legende! Momenteel leeft James Last in Florida, aan de zijde van 30 jaar jongere tweede echtgenote Christine Grundner, waarmee hij sedert 1999 gehuwd is. Waltraud overleed immers in 1997 aan kanker. James zelf blijft trouw zweren aan de zon en de zonnebank, niettegenstaande bij hem een begin van huidkanker vastgesteld werd.
Naast zijn eigen producties schreef James Last nog de arrangementen, voor het tango-orkest Alfred Hause, de Duitse tegenhanger van Malando. Hij produceerde en begeleidde met zijn orkest de platenopnames van Wencke Myhre ("Spricht nicht d'rüber", "Beiss' nicht gleich in jeden Apfel", "Flower-Power-Kleid", "Er hat ein knallrotes Gummiboot"). "Happy heart" o.a. bekend van Andy Williams is een ook een bekende compositie van James Last. Een andere interessante Nederlandstalige website van James Last is de "fansite" van de Nederlander Piet Hemminga. Deze website is o.m. interessant door de vele foto' s van platenhoezen.
Zelf ben ik met mijn echtgenote 2 x naar een optreden van James Last geweest, begin jaren '70 (?) in de Hallen van Kortrijk, toen "Morgens um sieben ist die welt noch in Ordnung" zijn grootste hit was en later nog 's in het Kursaal van Oostende, toen Mac en Katie Kissoon de steunpilaren van het koor waren.
Veel klassieke nummers leerde ik kennen via de "Classics Up to date" reeks van James Last. Veel ervan waren uiterst geschikt voor misvieringen. Het waren van de eerste "ritmische" nummers, die toen in de kerk gebracht werden. Je merkt het, James Last is pure nostalgie. Ik moet evenwel bekennen, dat ik de laatste jaren afgehaakt heb, wegens té herkenbaar, te veel show, te veel "happy sound" en anderzijds te veel sequenzer en te weinig violen. De jaren '60-'70 blijf ik echter koesteren als relikwieën.
Hoeft het nog gezegd, dat de samenstelling van het orkest in de loop van de voorbije 40 jaar dikwijls wijzigde. Immers James heeft zijn broertjes Robert (+1986) en Werner (+1982) al geruime tijd overleefd. Broetje Robert drumde zowel in zijn eigen orkest, als dat van zijn broers.
Bovendien waren veel leden van zijn orkest ook al lid van dit van Bert Kaempfert, die er al enkele jaren vroeger mee begonnen was. Trompettist Bob Lanese bij voorbeeld, de man met de gekromde trompet, die in beide orkesten speelde, heeft pas in 2002 het orkest verlaten eer het op Chinatoernee vertrok …

Dat James ook in 2011 nog " alive and kicking" bewijst hij met zijn toernee in maart-april, waarin hij o.m. Antwerpen aandoet.
